(Cultuur) proeven gaat door

Een mooie brug in de Lake Gardens

Een mooie brug in de Lake Gardens

Ondanks de vele reisjes die ik de afgelopen periode heb gemaakt, proberen we nog veel van de cultuur te proeven. Helaas heb ik niets meegekregen van de Mah Meri, maar gelukkig nog wel van Redang, het Islamic Art Museum en de Lake Gardens. De Lake Gardens stonden al een tijdje op de planning omdat het met de auto praktisch om de hoek is. Eigenlijk zijn we hier al eens geweest, want het Birdpark en de orchideetuin liggen hier ook. Deze keer wilden we door het park zelf wandelen, want we hadden al eens gehoord dat het hier erg mooi was. En inderdaad: het park is zeker de moeite waard om eens doorheen te struinen. Tip: doe dit wel als het wat bewolkt is, want in de strak blauwe lucht is het toch best heet.

Anja naast een boom met gevlochten stam

Anja naast een boom met gevlochten stam

Er zijn mooie paden en alles wordt erg zorgvuldig onderhouden. Vooral een aantal ‘typische’ bomen lijkt erg veel aandacht te krijgen. Het leek ons leuk om wat tijd te doden in de bootjes. Dan krijg je een soort Efteling gevoel, al zouden deze bootjes niet aan de ketting liggen, maar moest je zelf roeien. Helaas bleek de bewegwijzering naar de verhuur niet helemaal up-to-date, want het enige wat wij nog aantroffen was een bootje dat half vol water lag en verder niets.
Dan maar doorlopen. Dat was gelukkig geen verkeerde keuze, want toen we verder liepen, kwamen we een leguaan tegen. Deze liep een hele tijd met ons mee op langs het pad, totdat ik een foto wilde maken… hij/zij vertikte om hier medewerking aan te verlenen, waardoor dit nogal tijd vergde. Het was makkelijker om Anja op de foto te zetten met de volgende attractie: bomen met gevlochten stammen.

Anja, Sofia, Ada en Hilmy bij Mee Udang

Anja, Sofia, Ada en Hilmy bij Mee Udang

Een ander aspect van de cultuur wat al een tijdje op ons lag te wachten, was ‘Mee Udang’ (noedels met garnalen). Mijn collega Hilmy weet ons altijd te verrassen met de leukste en lekkerste eettentjes. Het enige nadeel voor Anja, is dat hij altijd vergeet dat Anja niet gecharmeerd is van eten dat onder de zeespiegel vandaan komt. Noedels en garnalen leverde dan ook niet direct een ‘Kom! Laten we gaan!’ op. Nadat hij ons had verzekerd dat er ook gevarieerd kon worden met andere ingrediënten, gingen we samen met zijn vrouw Ada en dochter(tje) Sofia op pad.

Gigantische garnalen tussen de noedels

Gigantische garnalen tussen de noedels

Er zijn van die dagen dat je hier, duidelijker dan anders, beseft dat je hier prima op je plek zit. Zeker als je bij Mee Udang (zo heet de tent dus ook) ziet wat voor een garnalen je geserveerd krijgt. Sommige exemplaren leken wel kleine kreeften! Los daarvan was de smaak om van te smullen. Ook Anja had met noedels geserveerd met een gepocheerd ei geen verkeerde keuze gemaakt. Duidelijk een plek waar we nog een keer terugkomen.

'The 3 Musketeers'

‘The 3 Musketeers’

Twee dagen later zat ik alweer met Asraf en Dennis bij een soortgelijke toko: ‘Mee Ketam’; noedels met krab. En ook dit was weer, heel afgezaagd, H E E R L I J K! Daarnaast was dit wel een bijzondere gelegenheid, want de keren dat je ons met zijn 3-en samen ziet, zijn op één hand te tellen. Ter illustratie: de laatste keer dat we hiervoor samen waren, was tijdens Nederland-Duitsland. Het was voor de klanten die dag dan ook bijzonder dat wij als de drie musketiers aanwezig waren op locatie.

Afgelopen week was de kans om ons samen te zien 0, want ik mocht terug naar Perth. Helaas was ik deze keer alleen. Niet zo’n gezellig vooruitzicht zou je denken: een hele week alleen in een hotel.

Biertje met Matthijs

Biertje met Matthijs

Totdat… ik bij aankomst een mailtje aantrof van Matthijs en Mieke. Zij waren de dag ervoor in Perth geland en hadden nog wel even tijd en zin om een hapje te eten en een biertje te doen. Zodoende kon ik nog even iets testen uit de Lonely Planet wat ik de vorige keer helaas moest overslaan omdat het er te druk was: een biertje in The Brass Monkey. Deze keer was het niet zo druk – het was maandag aan het eind van de middag – en vonden we makkelijk een plaatsje. Het was wel heel raar om zo aan de andere kant van de wereld bekenden tegen te komen! Maar dit maakt het niet minder gezellig.

De week zelf was enerverend, maar waarschijnlijk niet direct noemenswaardig om hier een uitgebreid verslag van te doen. Net als de vorige keer was ik er voor het geven van een training in het gebruik van onze producten. Deze keer was het bij een ander bedrijf, op een andere locatie en met een andere focus.

Een blik op Perth

Een blik op Perth

Zaterdag zou ik weer terugvliegen. Aangezien er maar één vlucht van Malaysia Airlines naar KL per dag gaat en deze pas aan het einde van de dag is, kon ik de morgen gebruiken om nog even rond te lopen in het centrum. Nou ja, een deel van de ochtend dan, want aan het einde van de week hebben we nog even een vrijdagmiddag/-avond borrel gedaan. En bij keihard tankende Australiërs wil je natuurlijk niet achterblijven. Ook hier vond ik dat ik van de cultuur moest proeven. Dat dit vervolgens ten koste ging van de daaropvolgende morgen moge evident zijn. Temeer omdat ik die ochtend niet echt kon uitslapen in verband met een vroege checkout. Maar goed, ’s avonds een man, dus ’s ochtends ook, zodoende lekker op pad. Snel nog even wat spullen gehaald die we hier niet of nauwelijks kunnen vinden. In de tussentijd nog uitgebreid stilgestaan bij een fantastische show van een straatartiest die handig, grappig, (leuk) brutaal, maar bovenal enorm ad rem was!

Anja druk bezig met de almond chicken

Anja druk bezig met de almond chicken

Wel keek ik weer uit om naar huis te gaan. Naast de voor de hand liggende reden, zag ik er enorm naar uit om van de almond chicken en de tropische salade te genieten (zie het vorige stukje)! In tegenstelling tot Anja was ik niet bang of het eindresultaat al dan niet zou lukken. De enige vraag waar ik mee rondliep, was hoe lekker lekker zou zijn. Anja dacht voor 2 dagen gekookt te hebben en moest mij remmen om nog een halve portie over te houden. I rest my case…
(ik zie al weer uit naar de volgende cookery bijeenkomst :D )

Heerlijke almond chicken met tropische sla

Heerlijke almond chicken met tropische sla

Mah Meri

Na ons tripje naar Redang is het weer tijd voor het ‘gewone’ leven. Sjoerd is de hele week al naar Perth voor het werk. Maar verveeld heb ik me niet. Daarover straks meer. Eerst nog even over vorig weekend, toen we nog samen waren.

Vrijdag was het tijd voor iets waar wij lang op gewacht hadden: ouderwets een spelletje spelen. De mensen hier zijn niet zo van het spelletjes spelen. Toen wij een net een paar weken in KL waren, kwamen we iemand tegen die hier ook wel van houdt. Echter, de afspraak ging steeds niet door. Afgelopen vrijdag was het dan eindelijk zover. We zouden eerst wat eten, dus ik heb mijn hier inmiddels befaamde cola-ketchup chickenwings gemaakt, in combinatie met een couscoussalade en garnalen. Toen we eindelijk klaar waren met eten was het echter al erg laat en hebben we slechts één spelletje kunnen spelen. Maar het was erg gezellig en wordt herhaald.

De rest van het weekend wilden we een beetje rustig aan doen. Zaterdag zijn we lekker bij Havana (de tent van het EK) gaan eten. Een echte home made burger met voor Sjoerd een Guinness en voor mij een frozen margarita. Heerlijk! Daarna hebben we lekker een massage gehad, een extra lange. Wederom heerlijk. Zondag heb ik Sjoerd meegesleept naar het Islamic Arts Museum. Hier was ik zelf al eens eerder geweest, maar ik moet er voor de Flits een stukje over schrijven, inclusief een foto.

Potluck lunch

Potluck lunch

Maandag ochtend is Sjoerd vertrokken naar Perth. Gelukkig stonden er meerdere interessante dingen op het programma van de IWAKL. Het begon in de week ervoor met de jaarlijkse Potluck lunch: iedereen neemt iets mee. Aangezien wij de dag ervoor pas teruggekomen waren uit Redang, had ik voor iets makkelijks gekozen: een pasta pesto salade. De meeste dames hadden iets typisch voor het land waar ze vandaan komen gemaakt. De hele tafel stond vol en iedereen gaf een korte toelichting. Daarna kon het genieten beginnen. Na de lunch waren er een aantal lezingen.

Kookgroep

Kookgroep

De maandag dat Sjoerd weg ging, was het weer tijd voor de maandelijkse kookgroep. Dit maal Noord-Indiaas. Op het menu stonden dhokra (een soort van gestoomde hartige cake), moongi dahl (gele linzen), almond chicken, mattar paneer (erwtjes met zelfgemaakte cottage cheese), cucumber raita (komkommer in yoghurt) en roti/chapati. Wederom bijzonder leerzaam. Morgen ga ik de almond chicken maken voor Sjoerd, samen met een tropische salade van de kookgroep daarvoor. Nou maar hopen dat het gaat lukken…

Met sherp, kroontje en stafje

Met sherp, kroontje en stafje

Donderdag zouden we naar Carey Island gaan naar de Mah Meri Cultural Village. De Mah Meri (betekent bosmensen) is één van de 18 verschillende Orang Asli (Aboriginal) stammen die Maleisië telt. Zij staan vooral bekend om hun houten beeldhouwwerken. Laat het nou toevallig zijn dat er in KL dinsdag een tentoonstelling, geweid aan deze beeldhouwwerken van de Mah Meri, werd geopend! De IWAKL was uitgenodigd als VIP gast. Op deze manier konden we alvast een indruk krijgen van deze groep mensen. De opening van de tentoonstelling was groots van opzet. Toen we binnen kwamen kregen we allemaal een sherp, kroontje en een soort van stafje, allemaal handgemaakt van (ik denk) bamboe. We kregen een optreden van hun traditionele dans, gevolgd door een toespraak van de minister van toerisme. Daarna was er gelegenheid om met de Mah Meri op de foto te gaan en de tentoonstelling zelf te bekijken. Gevolgd door een traditionele lunch. Hier waren wij wederom VIP gasten en mochten bij de ‘belangrijke’ mensen aan tafel zitten en werden bediend. De andere tafels moesten zelf naar het buffet gaan.

Tijdens de lunch dinsdag

Tijdens de lunch dinsdag

Met deze eerste indruk gingen we donderdag naar het dorp op Carey Island. Het eiland heeft één grote weg met allemaal kleine (zand) weggetjes als aftakking. Op een gegeven moment bereikten we de zee en hield de weg op. We hadden dus de afslag naar het dorp gemist… Keren was niet mogelijk, dus met de touringcar in z’n achteruit tot de eerstvolgende afslag. Daarna bij elke afslag kijken waar het was, want op dit deel van het eiland hadden we geen bereik met onze mobiele telefoons. Uiteindelijk bleek het dorp bijna aan het begin van het eiland te liggen!
Helaas bleek het dorp speciaal voor bezoekers (toeristen) gemaakt te zijn en wonen de mensen een stuk verderop in de echte kampung (kampung betekent dorp). Ze komen speciaal voor bezoekers naar het dorp. Het dorp zag er een beetje te mooi, te nieuw en te gemaakt uit. Maar het idee is goed. Door naar het dorp te komen verdienen ze geld en houden ze zichzelf in leven, naast het werken op de olie palm plantagesop het eiland en het maken van de houten beeldhouwwerken.

Met Mah Meri man...

Met Mah Meri man…

Je kunt hier zelf ook naar toe gaan, maar het voordeel van dat wij met een grote groep waren, was dat ze een heel programma voor ons opgesteld hadden. Wederom kregen we een kroontje en een soort van stafje bij binnenkomst. Daarna werden we één voor één welkom geheten door middel van een welkomstritueel. Daarna lieten ze het dorp zien en konden we een kijkje nemen in de tentoonstellingsruimte. Vervolgens was het tijd voor een traditionele dans: de Joh-Oh mask dans, gevolgd door het trouwritueel. Het leuke was dat er ook een groep schoolkinderen gearriveerd was. Zij waren soms nog een grotere attractie dan de Mah Meri zelf. Zo schattig!
Er was ook nog een korte demonstratie origami maken. Toen was het tijd voor de lunch. Die viel wat mij betreft een beetje tegen. Niet echt iets speciaals. Voordat we weer met de bus naar KL gingen, hebben we nog een kleine wandeling gemaakt door de kampung en hebben twee beeldhouwers aan het werk gezien. Hier kon je, als je wilde, een beeldhouwwerk kopen. Was mij een beetje te duur (RM 2500), dus ik heb een klein aandenken gekocht in de vorm van een houten koelkastmagneetje. Ook leuk toch? En een stuk goedkoper…

Je kunt natuurlijk niet alleen maar ‘profiteren’ van een organisatie als IWAKL en daarom ga ik helpen met de organisatie van het galabal begin november. En binnenkort weer de deadline van de Flits. Ik heb het er maar druk mee… Maar wel allemaal erg leuk!

En niet snel daarna komen we naar NL. Jippie!

Relaxen op Redang

Sjoerd zou eigenlijk de week dat hij naar Singapore moest, de vrijdag vrij hebben. Helaas werden drie dagen Singapore opeens vijf dagen Singapore, zodat de vrije dag niet door kon gaan. Vorige week zou het een week op kantoor worden en dus vroeg hij maar eens of het mogelijk was de vrijdag vrij te pakken. Dat mocht, en ook de maandag. Zodoende kreeg ik de opdracht (last minute) een tripje naar één van de eilanden aan de Oostkust van Maleisië te boeken. Juli en augustus zijn topseizoen (oktober begint het regenseizoen), dus dat viel niet mee. We hadden een aantal opties. Tioman viel af omdat er geen vluchten meer waren, Kapas viel af omdat alle resorts vol waren. Redang viel in eerste instantie ook af omdat alleen het duurste resort nog kamers had op booking.com. En dit was ons een beetje te duur… Toen ben ik maar gewoon de resorts af gaan bellen. En ja hoor, Redang Mutiara Beach Resort had nog een kamer vrij! En voor een hele schappelijke prijs, als je je beseft dat het all-in is: kamer, eten, drinken en snorkelen. Deze heb ik dus maar meteen geboekt.

De aanlegsteiger

De aanlegsteiger

Dan de volgende kwestie: hoe kom je er? Er zijn meerdere opties: met het vliegtuig direct naar Redang, met de bus of met je eigen auto naar Kuala Terengganu en dan met de jetty naar het eiland of met het vliegtuig naar Kuala Terengganu en dan met de jetty naar het eiland. Aangezien het toch een busreis van zo’n 8 uur is, hebben wij toch maar voor wat luxe gekozen en dus een vlucht van KL naar Redang geboekt. Je bent binnen een uur op het vliegveld van Redang. Nou ja vliegveld: meer dan een overdekte hal kun je het niet noemen… Ook niet gek, als je hoort dat er twee vliegtuigen per dag aankomen en ook weer vetrekken. Aangezien er eigenlijk maar één weg op het eiland is, welke van noord naar zuid midden door het eiland loopt, moet je eerst met een busje naar de Kampung jetty. Vanaf daar vertrekken boten naar de resorts.

Hutje aan zee

Hutje aan zee

Eenmaal aangekomen bij ons resort, waren de meeste mensen weg om te snorkelen en was het een oase van rust. We kregen een hutje aan het strand, wat ik absoluut niet verwacht had, want hiervoor moest je eigenlijk meer betalen. Het hutje zelf viel een beetje tegen: twee matrassen lagen op de grond en er was een ‘badkamer’ met een wc, een douchekop en een wastafeltje. Verder niets. Geen kasten, geen stoelen, niets. En er was geen warm water en de elektriciteit werd een groot deel van de dag uitgeschakeld. Het water was volgens mij regenwater, want er stond een grote ton op het dak. Toch had het wel wat: in het hutje hoorde je de zee klotsen en je liep vanuit het hutje zo het strand op en de zee in. Van strandstoelen en ligbedden hadden ze nog nooit gehoord, gewoon van die witte plastic stoeltjes. Maar wat is het strand wit en de zee blauw! Prachtig. Echt het Bounty eiland gevoel.

’s Middags zijn we mee gaan snorkelen. Dat moet je ook eigenlijk wel, want meer is er niet te doen. Het resort ligt compleet geïsoleerd tussen de bergen met jungle en de zee en de enige manier om weg te komen is via de boot. Omdat het een redelijk goedkoop resort was, waren er bijna alleen maar locals (Maleiers). Zij gingen dus geheel bedekt het water in. Uit respect, en om niet helemaal buiten de boot te vallen, deden wij dus maar een t-shirt en korte broek aan. Toen iedereen gereed was met snorkel spullen en zwemvest, konden we vertrekken. Ook wel opvallend: de meeste locals kunnen niet zwemmen, dus een zwemvest is een must. Het snorkelen was geweldig! Ontzettend veel vissen en mooi koraal. ’s Avonds was er een barbecue. Erg gezellig. Deze avond hebben we met Yohei, een Japanner die een paar maanden in Singapore verblijft voor zijn werk, op getrokken. Alleen jammer dat er geen alcohol te bekennen was!

De volgende dag was het weer snorkelen, ’s ochtends en ’s middags, afgewisseld met een boekje gelezen en op het strand liggen (in t-shirt en korte broek). ’s Avonds hebben we weer andere mensen ontmoet. Een groepje dames uit KL en Melaka, waar we (inclusief Yohei) gezellig mee hebben zitten praten. Daarna werd er redelijk vroeg naar bed gegaan, omdat de moslims ’s ochtends vroeg al weer moeten bidden.

Jungle track

Jungle track


De derde dag hebben we ’s ochtends gesnorkeld en ’s middags wilden we de jungle track doen. Volgens mij zijn er niet veel mensen die dit doen, maar wij wilden het wel proberen. Yohei ging ook mee. Ik had van iemand anders gehoord dat het goed te doen was en dat zij zelfs met een kleine van 2 jaar oud de tocht gemaakt hadden. Wel van een ander resort. Maar wat viel dat tegen zeg! Super steil, je moest soms echt goed zoeken waar je je voet neer kon zetten. En de gids had er een tempo in zitten… Na een heel stuk klimmen was er een bankje. We vroegen hoe ver het nog was. De gids kon niet goed Engels, maar volgens mij waren we halverwege. Oké, dus toch maar doorgaan. Maar ondertussen hadden we al weer drie heer het eerste stuk geklommen en kon ik echt niet meer. Dus maar weer eens vragen. Het was nog wel een half uur klimmen en dan nog hetzelfde stuk terug! We besloten maar direct om te keren. De weg terug was zeker niet makkelijker, want het was enorm steil en ik gleed telkens weg. Toen we terug kwamen hebben we eerst maar even een half uur gezeten, met een drankje, bijkomend van de jungle track.

Later op de avond was er weer een barbecue en de dames van de dag ervoor waren al weer vertrokken. Gelukkig kwamen we vier andere gezellige dames tegen. Zij verteleden dat ze de volgende dag de jungle track wilden doen. Ik vertelde dat het mij zwaar tegen was gevallen, maar dat ze het zelf moesten weten. Toen ik vertelde het ik het veel zwaarder en moeilijker vond dan de track in het FRIM, wisten ze volgens mij wel genoeg. Deze hadden ze ooit gedaan en was al erg zwaar voor ze. Wat wel leuk was, was dat ze architectuur hadden gestudeerd in Maleisië en na de zomer naar Engeland gaan voor een Master.

De volgende dag was het al weer tijd om te gaan. Wat is de tijd voorbij gevlogen! Aangezien ze niet voor iedereen op een neer varen naar de Kampung jetty, moesten wij al vroeg mee en stonden we veel te vroeg op het vliegveld. Je kunt hier namelijk pas een uur van te voren inchecken. De man waarmee wij in het busje van de jetty naar het vliegveld zaten, had een idee. Hij was lid van de Berjaya Holiday Club (of zoiets) en dit lidmaatschap biedt 7 gratis overnachtingen in een hotel van Berjaya. Het meest luxe resort op het eiland, waar ik het eerder al over had, is van Berjaya en heeft tegenwoordig de naam The Taaras. Dus hij wilde het resort wel eens zien voor een eventuele volgende keer. En wij vonden het natuurlijk helemaal niet erg om mee te gaan. En we wilden even kijken voor het geval Sjoerd’s ouders hier naartoe zouden willen als ze naar Maleisië komen.

The Taaras

The Taaras


We werden ontvangen door de gastvrouw en later nam de manager ons mee om het gehele resort te bekijken, inclusief de meest luxe kamers. Hiervoor betaal je ongeveer 6 duizend ringgit per nacht, exclusief 6% government tax en 10% service tax (van ringgit naar euro is gedeeld door 4…). Een hele hoop geld dus. Maar dan heb je wel de hele dag een butler tot je beschikking. Ook zagen we een appartement met een jacuzzi in de slaapkamer en vanuit daar zicht op de zee. Prachtig! Maar wel een beetje duur. En je kunt niet, zoals wij wel konden, zo uit je hutje het water in lopen. En dan hadden we alle leuke contacten met de lokalen gemist. Het is maar wat je wil…
Volgens mij is het wel duidelijk dat wij het enorm naar onze zin hebben gehad en dat deze luxe leuk is om een keer te zien, maar daar blijft het dan ook bij wat ons betreft. Maar het was een mooie manier om de tijd te doden tijdens het wachten op het vliegtuig.