Bali

Hier dan eindelijk het verslag van onze Bali trip, al weer meer dan een maand geleden. Wat hebben we genoten!
In die week waren er twee feestdagen en was er ook nog eens een brandoefening op kantoor, waardoor je zo een halve dag kwijt bent. Dus besloten we last minute (Sjoerd weet nooit ver van tevoren of hij wel vrij kan nemen) dat we een paar dagen weg wilden. Maar aangezien er die week twee feestdagen waren en er dus veel mensen even weg wilden, waren er nog maar weinig vluchten beschikbaar. Eigenlijk alleen Bangkok en Bali… Dus op naar Bali!
Eigenlijk wel gek om te beseffen dat mensen in Nederland een dergelijke reis maanden tot een jaar van te voren boeken, en wij dit ‘even’ twee dagen van tevoren doen. En het is maar 3 uur vliegen! Toen ik het hotel boekte wist ik nog niet zoveel van Bali en had bedacht dat een iets rustiger resort, net iets boven het drukke toeristische gedeelte wel wat zou zijn.

Eenmaal geland op Bali werden we opgewacht door een chauffeur van het resort. Het is erg aan te raden dit van te voren te regelen, anders betaal je veel te veel en wordt je helemaal gek van al die mannetjes die je af willen zetten. Ik vroeg de chauffeur hoe lang de rit naar het hotel zou duren en hij zei ongeveer een uur, afhankelijk van het verkeer. Direct toen we het terrein van het vliegveld verlaten hadden, begrepen we wat hij bedoelde. In KL is het verkeer al verschrikkelijk, maar hier zijn nog meer scootertjes en de wegen zijn de twee keer zo smal. Eigenlijk een eenbaansweg, maar dan toch voor twee richtingen… Dit maakt dat het allemaal niet echt snel gaat en het gebied rondom het vliegveld is net een trechter: al het verkeer moet over een paar smalle weggetjes.

Het resort

Het resort

Na anderhalf uur kleine weggetjes en geen idee hebbend waar we waren, kwamen we dan eindelijk bij ons hotel/resort aan. Echt in de ‘middle of nowhere’. Maar prachtig! Een groot bed, wat een opluchting ten opzichte van een kleine bedje in KL. En een mooie grote badkamer met douche en bad. Na even opgefrist te hebben, hebben we nog wat gegeten en gedronken bij het zwembad. Heerlijk Indonesisch, soto ayam. Dat Indonesisch eten hadden we ook in Maleisië verwacht, maar Maleis is toch heel anders. Dat wordt genieten deze week!

Beeld bij een tempel

Beeld bij een tempel

Heerlijk geslapen, wat een rust. Het nadeel van die rust is echter ook dat er geen taxi’s komen en aangezien het resort nog maar net open was, wisten veel chauffeurs het niet eens te vinden. De volgende ochtend zijn we daarom maar naar Echo Beach gelopen, in de hoop daar een taxi te vinden. Volgens de reisgids zou dit geen probleem zijn: er was een taxi stand op Echo Beach. De wandeling naar het strand duurde ongeveer 15 minuten en we zagen al direct prachtige rijstvelden, afgewisseld met prachtige tempeltjes. Het strand bleek geen wit zandstrand, maar van dat zwarte zand. Nadeel van dit zand is dat het erg heet is en je echt moet rennen om je voeten niet te verbranden. Na een drankje bij een strandtent gedronken te hebben, gingen we op zoek naar de taxi stand. Maar wat bleek, het was alleen een drop off, taxi’s mochten niet wachten. Ik probeerde een chauffeur die net mensen afgezet had, maar hij was voor de hele dag door die mensen gereserveerd. Er was wel een stand waar je tegen een (wat ons betreft) veel te hoge prijs een ritje af kon spreken. Dan maar afdingen, dachten we, maar dat lukte niet echt. We wilden eigenlijk een enkele reis naar Ubud, maar ze vroegen de halve prijs van een chauffeur voor een hele dag. En ze wilden onderweg overal stoppen: batik, zilver, schilderijen. En wij wilden alleen maar een taxi ritje van een uur naar Ubud. Uiteindelijk zijn we akkoord gegaan en stopte de goede man bij een batik fabriekje en een zilver winkel. Zo ontzettend toeristisch en allemaal verzameld in één straat. Dus een hele straat met alleen maar zilverwinkels. En elke chauffeur stopt hier. Hij zal wel commissie krijgen als hij mensen brengt… Toen hij ook nog wilde stoppen bij de straat met schilderijen, hebben we maar vriendelijk gevraagd door te rijden naar Ubud.

Sjoerd is weer eens mooie foto's aan het maken...

Sjoerd is weer eens mooie foto’s aan het maken…

Ondertussen hadden we wel een beetje door hoe het in Bali werkt. Taxi’s heb je bijna niet. Iedereen huurt een auto met chauffeur voor een hele dag (kost net zoveel als twee enkele reizen van een uur!) en laat zich lekker rondrijden. In eerste instantie wilden wij zelf een auto huren, maar ik ben blij dat we dat niet gedaan hebben. Ons internationaal rijbewijs was namelijk niet meer geldig, en elke keer als de politie je aanhoudt (en dat doen ze vaak), moet je dan betalen. En met die smalle weggetjes en al die scootertjes… Daarbij komt dat er bijna nergens bewegwijzering te vinden is. Wij hadden echt geen idee welke richting we op reden met al die smalle kronkelweggetjes. Ondertussen hadden we ook al door dat het eiland veel groter was dan we van te voren dachten. We hadden dus al snel besloten de volgende dag ook een auto met chauffeur te regelen. Ook wel zo lekker, af en toe in de auto af te kunnen koelen met die hitte. De zon scheen namelijk de hele dag en het was er een stuk warmer dan in KL, maar wel droger en niet zo benauwd. Wat wel opmerkelijk is te zien, in vergelijking met KL, is dat iedereen hier zijn richtingaanwijzer gebruikt. Zelfs als je op een kruising rechtdoor wil: als je beide richtingaanwijzers (dus de alarmlichten) aan hebt, betekent dit dat je rechtdoor wil. Wel zo handig.

Toen we eenmaal aangekomen waren in Ubud was het al lunchtijd en hebben we meteen maar een must try in Bali geprobeerd: babi guling, speenvarken. Sommige delen waren erg lekker, heel mals, sommige minder. Dit is meteen ook het grote verschil met Maleisië: overal varkensvlees en bijna geen hoofddoekjes. Wat een verademing!
Daarna volgde een rondwandeling door het stadje. We startten met Ubud Palace, het ‘paleis’ van Ubud’s Koninklijke familie, vervolgd door een beetje een verstopte markt. Daarna kwamen we in een rustig voetgangersstraatje met allemaal kleine tempels en hotels/resorts. Vervolgens kwamen we in een gebied met veel eettentjes, winkeltjes, kledingboetiekjes, spa’s en meer tempeltjes. De winkels zijn allemaal gespecialiseerd in één ding: kunst. De eerste paar winkels zijn nog leuk, maar daarna is het eigenlijk allemaal hetzelfde. Dan wordt onze aandacht getrokken door een processie van mensen in het wit. Het blijkt een begrafenis te zijn. Mooi om eens gezien te hebben. De Sacred Monkey Forest Sanctuary slaan we over. De meeste mensen kijken hun ogen uit naar de aapjes, maar we zien in KL al genoeg aapjes. Ondertussen zijn we toe aan wat afkoeling en gaan ergens binnen In de airco!) wat drinken. Na nog wat rondwandelen kopen we kaartjes voor de traditionele dansvoorstelling ’s avonds en regelen alvast een ritje terug naar het hotel, omdat we niet weten of dit ’s avonds nog lukt. In eerste instantie denk je dat er helemaal geen ‘taxi’s’ zijn, maar na een tijdje merk je dat overal in toeristische gebieden mannetjes in normale kleren staan die je een ritje aan proberen te smeren.

Bij Kafe Batan Waru in Ubud

Bij Kafe Batan Waru in Ubud

We gaan vroeg eten om op tijd te zijn voor de dansvoorstelling. We kiezen een leuk tentje uit onsze reisgids: Kafe Batan Waru en gaan natuurlijk voor de saté, kip en rund, heerlijk! Dan op naar de dansvoorstelling in Ubud Palace. Wij vonden de voorstelling een beetje tegenvallen: mannen slaan op een muziekinstrument met een hoog ‘ting’ gehalte, en dat dan heel hard. Je krijgt er een beetje hoofdpijn van. Dan de dansers: het dansen – eigenlijk meer langzaam bewegen – vergezeld door enge blikken met grote ogen. Niet echt ons ding. Daarna terug naar het resort. Gelukkig wisten we de weg een beetje en konden we de chauffeur het laatste stuk de weg wijzen.

De Luwak koffie

De Luwak koffie

Dat bleek meteen ook het minpunt van de locatie van het resort. Geen enkele chauffeur wist het te vinden en dus konden we zelf geen chauffeur bellen. Dus hebben we maar een tour van het resort geboekt voor de volgende dag. De trip ging richting het noorden van Bali. Ik was niet zo blij met onze chauffeur, hij was namelijk erg ongeduldig en gaf telkens vol gas en remde direct weer hard. Dit, in combinatie met de niet al te goede wegen met veel bochten, maakten mij kotsmisselijk. Ik kon niet wachten tot de eerste stop. Die kondigde zich gelukkig al aan: midden op de weg stond een mannetje en we moesten betalen. Toen ik vroeg waarvoor, kreeg ik als antwoord: voor de rijstvelden. De rijstvelden liggen langs de weg, maar toch moet je hiervoor betalen. Maar wat een prachtige rijstvelden, bij Petulu Village. We keken onze ogen uit. Daarna vroeg de chauffeur of we een koffieplantage wilden zien. En dat wilden we graag. Meteen kwam er een mannetje op ons af gelopen. Eigenlijk hadden we hier helemaal geen zin in, vooral omdat we hem waarschijnlijk moesten betalen naderhand, maar hij was niet weg te slaan. Het was zelfs meer dan een koffieplantage, ze kweekten en allerlei soorten groenten, fruit en kruiden. Mooi om te zien hoe deze planten er eigenlijk uit zien. En het was niet zomaar koffie, maar een hele speciale: Luwak koffie. De koffie-vruchten worden opgegeten door een kat achtige, die de vruchten weer uitpoept.
Mt & Lake Batur

Mt & Lake Batur

Vies, zou je zeggen, maar er volgt een hele uitleg van het vervolg proces. Het bleek eigenlijk een heel aardig mannetje met veel verstand van zaken. De vruchten worden meerdere keren gewassen, gedroogd en vervolgens gebrand tot koffiebonen. Natuurlijk hoor je de koffie dan ook te proeven, dus dat doen we braaf. Bij aankoop van 1 kopje Luwak koffie (ongeveer 5 euro), krijg je een hele rij met allemaal verschillende soorten koffie, vooral erg zoet naar onze smaak. Dan de Luwak koffie. Eerlijk gezegd vonden wij het naar een sterke kop DE koffie smaken… Aan het eind wilden wij het mannetje wat geld geven, maar dat mocht hij niet aannemen. Wij stonden versteld!

Besakih Tempel

Besakih Tempel

Daarna door naar de Mount en Lake Batur. We rijden duidelijk omhoog en dan staat er weer een mannetje op de weg die om geld vraagt. Overal moet je blijkbaar een soort van toegangsgeld betalen, ook al is het maar een openbare weg die ergens langs loopt. Maar het uitzicht is geweldig: Mount Batur is een vulkaan met daarnaast Lake Batur, een enorm meer. Hierna gaan we door naar de Besakih Tempel, de grootste tempel in Bali. Wat onze chauffeur pas vertelt als we daar aankomen, is dat je een sarong moet hebben om het terrein op te mogen. Nou had ik mijn omslagdoek meegenomen, maar deze werd niet goed bevonden. Dus moesten we ter plekke twee sarongs kopen. Nou zijn deze normaal niet echt duur, maar hier moesten mensen ze wel kopen om het terrein op te mogen en in de buurt was er verder ook niets, dus konden ze de hoofdprijs vragen en dat deden ze dan ook. Natuurlijk moet je dan afdingen, maar dat is niet echt ons beste ding en ze wisten dat we ze moesten hebben. Uiteindelijk hebben we voor veel te veel geld twee sarongs gekocht. Mijne waaide de hele tijd open, zodat het idee van de benen bedekken niet echt werkte. Een eenmaal binnen zag ik mensen met kortere omslagdoeken, precies zoals mijn eigen waar ik dus niet mee naar binnen mocht… Ik was een beetje in een geïrriteerde stemming, maar toen we uiteindelijk het enorme tempelcomplex zagen, tegen een berg aan gelegen, was de stemming direct weer goed. Wat indrukwekkend! Prachtig. Hier hebben we enorm veel foto’s genomen. In totaal (hele Bali trip) hebben we overigens meer dan duizend foto’s gemaakt. Het was dus een hele klus om dit uit te zoeken…

Rijst terrassen bij Rendang

Rijst terrassen bij Rendang

Daarna op naar de lunch. De chauffeur zou ons naar een mooi plekje brengen. En dat was het ook! Restaurant Mahagiri, panoramic rice field Rendang. Wat een prachtig uitzicht op de rijst terrassen. Het eten zelf was een Balinees buffet, eerlijk gezegd niet echt geweldig. En alleen maar toeristen, terwijl het in de middle of nowhere lag. Blijkbaar krijgen de chauffeurs hier zelf gratis wat te eten als ze toeristen brengen. Na deze late lunch hadden we eigenlijk twee keuzes: zonsondergang bij de Tanah Lot tempel of bij de Ulu Watu tempel. Deze laatste had mijn voorkeur, maar de chauffeur betwijfelde of we het zouden halen voor zonsondergang (om 6 uur). Dus was er weinig keus en gingen we dus naar de Tanah Lot Tempel, volgens de reisgids erg toeristisch en redelijk recent. En dat toeristische hebben we geweten. Eerst moet je door straten vol moet toeristische meuk en wat een mensen stonden er al te wachten bij het water… De Tanah Lot tempel ligt namelijk op een rots in het water, enkele tientallen meters voor de kust. Maar het ziet er wel erg schilderachtig uit.
Tanah Lot tempel

Tanah Lot tempel

We lopen een heel stuk naar rechts, waar het veel rustiger is en Sjoerd maakt wederom enorm veel foto’s. Toch moeten we hier weg, want het begint vloed te worden. Ondanks de vele mensen toch wel een erg mooie locatie en een erg mooie zonsondergang. Daarna in colonne naar de uitgang, waar alle chauffeurs staan te wachten op hun gasten. Dit zie je overigens bij elke toeristische attractie. We vinden onze chauffeur makkelijk, of beter gezegd hij ons, want ik heb een erg opvallend gekleurd topje aan en dan begint de file om weg te komen. Alhoewel het hemelsbreed maar een paar kilometer is naar ons resort, moeten we een hele omweg maken om er te komen. Daarna hebben we nog wat gegeten bij het resort (curry ayam en beef rendang) en nog even lekker in bad gelegen.

Sjoerd met zijn wakeboard

Sjoerd met zijn wakeboard

De dag daarna was een relax dag op Echo Beach. We huurden lekkere ligstoelen en Sjoerd een wakeboard. Echo Beach is met haar zwarte zand en een beetje afgelegen ligging niet echt toeristisch, maar staat wel bekend bij de surfers vanwege de hoge golven. En dat hebben we gemerkt toen we in het water gingen! Naast de hoge golven, erge trekkracht zodat je helemaal meegesleept wordt. Zelfs als je nog niet eens voor de helft in het water bent. Voor mij reden om heb bij één keer het water in gaan te houden. Sjoerd heeft dapper geprobeerd te wakeboarden, maar dat viel niet mee. Wederom zonsondergang op het strand gekeken, daarna lekker gegeten bij de strandtent.

Omdat geen enkele chauffeur het resort kon vinden, hebben we het resort maar gevraagd een chauffeur te regelen om ons de volgende dag weer rond te toeren. Dit keer ging de reis richting het zuiden. En we wilden minder lang in de auto zitten, en dus meer tijd hebben om rond te kijken en te genieten. We begonnen ’s ochtends in Seminyak, een hip stadje met vooral veel winkels. Ik was op zoek naar een elastiekje voor in mijn haar omdat ik deze verloren was op het strand. Nou zou je zeggen, niet echt een moeilijke opgave, maar dat bleek tegen te vallen. Er waren heel veel winkels met leuke dingen voor in huis, sierraden en heel veel kleding, maar een elastiekje…

Garadu Wisnu Kencana Cultural Park

Garadu Wisnu Kencana Cultural Park

Daarna zijn we doorgegaan naar Garadu Wisnu Kencana Cultural Park, een soort park omgeven door hoge rotsen, met twee gigantische beelden. Mooi om foto’s te maken, maar meer ook niet. En er was een mooi uitzicht over het zuiden van het eiland. Daarna door naar Dreamland Beach, ze zeggen één van de mooiste stranden van Bali. Wat wel grappig was om te zien, dat de weg naar het strand toe bijna een privé weg was met allemaal resorts (veel nog in aanbouw) en een golfbaan. Omdat er weinig parkeerplaats bij het strand is, moet je eerst naar een nabijgelegen waterpretpark om te parkeren en met een pendelbus naar het strand. En inderdaad, het was een prachtig strand waar we genoten hebben van een nasi campur en een drankje.

Bij Ulu Watu tempel

Bij Ulu Watu tempel

We konden niet heel lang blijven want we wilden op tijd (vóór zonsondergang) bij de Ulu Watu tempel zijn. Dit is een tempelcomplex, hoog op de rotsen gelegen, op het zuidelijke puntje van Bali. Prachtig, en wat een uitzicht! Wij hadden braaf weer onze sarongs meegenomen, maar hier krijg je na betaling van het entreegeld een gratis sarong te leen. Wat een service! Ook wordt je van te voren gewaarschuwd voor de aapjes (staat overigens ook in bijna elke reisgids). De aapjes pakken (of stelen?) namelijk alles wat ze kunnen pakken. Zonnebrillen en hoofddeksels zijn erg gewild, dus dan maar even zonder zonnebril, maar dat valt erg tegen met de felle zon. Tassen voor je dragen en erg goed opletten dus. Als we nog maar net binnen zijn zien we een aapje al de bril van een vrouw pakken en er lekker mee spelen. Eigenlijk wilden we hier naar de zonsondergang kijken, maar we besluiten toch een kaartje te kopen voor de dansvoorstelling. Hopen dat deze meer in de smaak valt dan de eerste in Ubud… En dat deed het. De Kecak & Fire Dance bij Ulu Watu is echt geweldig! Geen vervelende instrumenten, maar een hele groep mannen, ongeveer 50 schat ik, die zorgt voor de muziek. Erg indrukwekkend. Naast het wederom langzame dansen met grote ogen, waren er veel grapjes en op het eind vuur. Echt een aanrader.

Op de terugweg naar het resort wilden we nog wat eten, maar dan niet op het super toeristische strand bij Jimbaran (wat veel mensen doen nadat ze deze tempel bezocht hebben), maar we wilden wat meer lokaals. De chauffeur wist wel een plekje en hij bracht ons naar een restaurant dat bekend staat om de beste spareribs van Bali: iiga Warung. En lekker dat ze waren! En weinig toeristen.

Kecak & Fire Dance bij Ulu Watu

Kecak & Fire Dance bij Ulu Watu

De volgende dag hebben we lekker uitgeslapen en rustig aan gedaan omdat we om drie uur ’s middags naar het vliegveld gebracht zouden worden. Echter, om half één vroeg de chauffeur van het hotel of wij het erg vonden eerder naar het vliegveld te gaan. Hij moest namelijk een ander stel naar Seminyak brengen en kon ons meteen meenemen, zodat hij niet twee keer hoefde te rijden. In eerste instantie had ik hier niet zoveel zin in omdat ik liever nog even op het resort bleef dan op het vliegveld te wachten, maar we besloten uiteindelijk niet moeilijk te doen en toch mee te gaan. We waren natuurlijk veel te vroeg op het vliegveld en wilden onze bagage alvast inchecken, zodat we daarna door de douane en het hele gebeuren konden en nog wat konden shoppen. Er was een mooie Malaysia Airlines balie en daar gingen we in de rij staan. Maar we konden hier onze bagage niet inchecken, dat kon pas twee uur van te voren. Dit vonden wij onzin, de balie was toch gewoon open? Dus op naar het kantoor van Malaysia Airlines om ons beklag te doen. Nee, we konden onze bagage pas twee uur van te voren inchecken, maar misschien was er nog plaats over in de eerstvolgende vlucht? Nou, uiteindelijk konden we dus zonder bijbetaling een vlucht eerder nemen. Super!
Wat wel goed is om te weten, en wat niet in alle reisgidsen vermeld wordt, is dat je op het vliegveld nog een ‘vertrekbelasting’ moet betalen: 150.000 rupiah per persoon. Is wel handig om te weten voordat je al je rupiahs opgemaakt hebt…

Jeetje, wat is het een lang verhaal geworden. Maar er was ook zoveel te vertellen! Ik zal het volgende keer proberen korter te houden… Oh ja, meer foto’s staan op Facebook. Nu verder met de voorbereidingen voor Vietnam. Zin in!

Geef een reactie