Yangon

Na meer dan twee maanden niets geschreven te hebben, werd het nu toch wel echt tijd om weer eens iets te schrijven… Vorige week ben ik met de dames van IWAKL een paar dagen naar Yangon (Myanmar, ook wel Birma) geweest. Daarvan hierna verslag.
En Sjoerd heeft beloofd binnenkort nog iets te schrijven over zijn belevenissen op site (voor zijn werk) in Bintulu en onze reis naar Vietnam in december. We hebben het maar druk :-) .

Myanmar heet sinds 21 oktober 2010 officieel Republiek der Unie van Myanmar, van 1989 tot 2010 heette het kortweg Unie van Myanmar en daarvoor heette het Birma. Toch wordt de oude naam Birma (of Burma) nog veel gebruikt. Na jaren van politieke onrust is op 31 januari 2011 een nieuwe grondwet in werking getreden, die formeel een einde maakte aan het militaire bestuur. Het land is op de goede weg, maar er is nog veel te doen. En je zou het misschien niet zeggen, maar Myanmar is één van de veiligste landen ter wereld en Yangon wellicht de veiligste stad in heel Zuidoost Azië.

Schattige jongetjes in Chinatown

Schattige jongetjes in Chinatown

Er zijn drie seizoenen: het regenseizoen, van eind mei tot midden oktober, het koele droge seizoen (winter) van eind oktober tot midden februari en het hete droge seizoen (zomer) van eind februari tot midden mei. In de zomer kan het wel 45 graden Celsius worden. Het is dus belangrijk van te voren te kijken welk seizoen het is. De winter is de beste periode om te gaan met temperaturen rond de 25 graden Celsius. Momenteel is het begin van de zomer, met zo’n 37 graden Celsius, onbewolkt en geen regen.

Eerste indruk van Yangon
Op naar het land met eeuwenoude cultuur en waarschijnlijk de meest vriendelijke bevolking ter wereld! Met Malaysia Airlines vliegen we in iets meer dan twee en een half uur direct naar Yangon.

Bij de Reclining Buddha

Bij de Reclining Buddha

Het tijdverschil tussen Maleisië en Myanmar is anderhalf uur. Het vliegveld ligt in het noorden van Yangon. Tijdens de busrit naar het centrum van de stad blijkt al snel dat Yangon een erg uitgestrekte stad is met weinig hoogbouw. In het centrum schieten de dure, hoge hotels de grond uit, maar nooit hoger dan de blikvanger van Yangon: de Shwedagon pagode met zijn bijna 110 meter hoogte.
Overal in de stad liggen gouden pagodes, af en toe afgewisseld door een kerk of een moskee. Dat is niet zo gek als je weet dat 89 procent van de bevolking Boeddhistisch is. Het Christendom en de Islam nemen ieder 4 procent in. Wat verder opvalt is dat er weinig is veranderd sinds de Britse koloniale tijden.
Reclining Buddha

Reclining Buddha

Op de weg zijn er drie dingen die direct opvallen. Ten eerste: er wordt aan de rechtkant van de weg gereden, maar met het stuur ook aan de rechterkant, erg verwarrend en dus het opletten geblazen. Ten tweede zie je in Yangon geen brommertjes en scootertjes. Wat een opluchting! Dit wil echter niet zeggen dat het rustig is op de weg, het is een lekkere chaos. Tenslotte zie je verschillende kleuren nummerplaten: rood voor taxi’s, geel voor monniken, blauw voor toeristen en zwart voor de rest. Soms is dit enige manier om een taxi te herkennen.

Chinatown

Chinatown

Na onze busrit mogen we direct genieten van het heerlijke eten wat ze in Myanmar hebben. Daarna op naar de eerste bezienswaardigheid: de Chaukhtatgyi Paya, oftewel de Reclining Buddha. De indrukwekkende 70 meter lange Buddha ligt in een enorme hal. Daarna gaan we door naar de graftombe van de laatste Indiase koning Bahadur Shah Zafar. Eigenlijk is het een moskee met een graftombe. Vervolgens bezoeken we nog een andere moskee, maar deze was helaas gesloten vanwege het gebed. Als laatste die dag staat een bezoekje aan Chinatown op het programma, meestal één van mijn favorieten vanwege alle mensen, geuren en kleuren. Er is een grote versmarkt en overal wordt eten bereid en verkocht. We maken kennis met de ontzettend vriendelijk mensen en maken veel foto’s van al het moois. Vrouwen in Myanmar smeren zogenaamde thanakha – een soort traditionele make-up – op hun wangen, niet alleen uit het oogpunt van schoonheid maar het verkoelt ook en helpt beschermen tegen verbranden. Mannen lopen allemaal in een sarong rond en iedereen kauwt op betel noten, wat donker rode tanden oplevert.

Shwedagon pagode en het koloniale hart

Met IWAKL dames bij Shwedagon pagode

Met IWAKL dames bij Shwedagon pagode

De volgende ochtend vroeg is het tijd voor de Shwedagon pagode. Geen bezoek aan Myanmar is compleet zonder een bezoekje aan deze pagode. Het is het grootste en tevens belangrijkste heiligdom in Myanmar. De pagode is op een heuvel gelegen, zodat deze vanuit de hele stad goed zichtbaar is.
Met de bouw van de pagode werd begonnen in de vijfde eeuw voor Christus. Sindsdien is het bouwwerk door aardbevingen vaak zwaar beschadigd, maar telkens weer herbouwd – een volgende versie telkens groter en prachtiger dan de voorgaande. Verguld met bladgoud en vele duizenden kostbare edelstenen. Volgens de mythe worden in de pagode acht haren bewaard van de laatste Boeddha, tezamen met relikwieën van drie van diens voorgaande incarnaties.
Bij de Shwedagon pagode

Bij de Shwedagon pagode

De enorme pagode wordt omring door tientallen, zo niet honderden, kleinere pagodes, tempels en beelden. Zodoende ben je hier wel een paar uur zoet. Je kunt het beste ’s ochtends vroeg gaan, dan is het nog niet zo heet (je loopt op je blote voeten op marmeren tegels) en de lucht is dan nog mooi blauw en helder. Kijk wel even van te voren op internet, want er vindt veel renovatie plaats en het zou zonde zijn als je komt als de enorme pagode onder renovatie is.

Bij Shwedagon pagoda

Bij Shwedagon pagoda

Hierna gaan we door naar het oude stadsgedeelte, het koloniale hart. Hier zie je duidelijk de erfenis van de Britten met vele koloniale gebouwen in een ruim opgezet stratenpatroon. We lopen rond en zien achtereenvolgens de Sule Pagode, liggend midden op een drukke rotonde, de Yangon City Hall, het Independence Monument, gelegen in de mooie Maha Bandoola Garden en de High Court.
We rijden nog even langs het verblijf van Aung San Suu Kyi, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 1991 en partijleider van de NLD, de National League for Democracy. Helaas valt er weinig te zien.
’s Middags is het tijd om te shoppen en wel naar waar Myanmar bekend om staat: edelstenen en juwelen, voornamelijk robijn, jade en goud. Op naar de Bogyoke Ang San Market, ook wel Scott Market genoemd, gelegen in een zeventig jaar oude markthal. Daarnaast zijn er nog vele andere souvenirs te vinden. Voor veel van de IWAKL dames waren de edelstenen en juwelen de reden om mee te gaan naar Yangon, niet de cultuur. Dus wordt er flinks op los geshopt. Ik houd het bescheiden bij een schilderij en een vlaggetje van de Shwedagon pagode.

Ritje met de Circular Train

Het prachtige zicht vanuit de trein

Het prachtige zicht vanuit de trein

De dames gaan de volgende dag weer shoppen. Tatyana (mijn kamergenootje afkomstig uit Kazachstan) en ik hadden de eerste dag al besloten dat we vandaag niet zouden gaan shoppen, maar de Circular Train zouden nemen, een rondrit van drie uur in een lokale trein door de uitlopers van de stad en het platteland om het echte leven te zien. De trein is allesbehalve luxe: geen airco en niet al te comfortabele banken met ramen een stuk beneden ooghoogte. Maar wat wil je als een ticket maar één US dollar kost?
De marktkooplui verlaten de trein weer

De marktkooplui verlaten de trein weer

Naast de paar toeristen zie je hier alleen locals. Het eerste uur hebben we alle ruimte en genieten we van het prachtige uitzicht, maar zien we ook veel armoede. Af en toe komen er verkopers langs. Bij een lief vrouwtje kopen we ‘pink bananas’, heerlijk zoete bananen. Na een uur komen we bij een grote markt en binnen enkele seconden staat het hele gangpad vol het manden met koopwaar en marktkooplui. Na drie uur in de hete trein zijn we uitgeput en toe aan een lunch in een restaurant met airco. We gaan naar de Sukura toren om daar op de bovenste verdieping te lunchen en te genieten van het prachtige uitzicht over de stad.

De dame die het balletje hooghoudt tijdens de culturele show

De dame die het balletje hooghoudt tijdens de culturele show

’s Middags gaan we nog naar het Kandawgyi Lake om foto’s te maken van de blikvager van het meer, de Karaweik Hall, een enorm drijvend paleis wat tegenwoordig dienst doet als restaurant. We hadden hier graag willen eten, vergezeld door een culturele show, maar hier moet je minimaal tien dagen van te voren voor reserveren. Na een tijdje gelopen te hebben in de brandende zon (eind februari is het daar zo’n 37 graden Celsius), zijn we toe aan een douche en een middagdutje.
’s Avonds gaan we naar een andere culturele show met buffet in het Kandawgyi Palace Hotel, ook gelegen aan het Kandawgyi Lake. Echt een aanrader. Prachtige dans en een dame die een balletje hooghoudt terwijl ze bijvoorbeeld op twee flessen staat. Erg knap.

Helaas moeten we na drie dagen Yangon al weer afscheid nemen van Myanmar. Maar terug ga ik zeker nog een keer. Er is zoveel meer te zien: de enorme vlakte van Bagan met zijn duizenden tempels en pagodes, het koningsstadje Mandalay, het prachtige (en koelere) Inle Lake en nog veel meer.

Bali

Hier dan eindelijk het verslag van onze Bali trip, al weer meer dan een maand geleden. Wat hebben we genoten!
In die week waren er twee feestdagen en was er ook nog eens een brandoefening op kantoor, waardoor je zo een halve dag kwijt bent. Dus besloten we last minute (Sjoerd weet nooit ver van tevoren of hij wel vrij kan nemen) dat we een paar dagen weg wilden. Maar aangezien er die week twee feestdagen waren en er dus veel mensen even weg wilden, waren er nog maar weinig vluchten beschikbaar. Eigenlijk alleen Bangkok en Bali… Dus op naar Bali!
Eigenlijk wel gek om te beseffen dat mensen in Nederland een dergelijke reis maanden tot een jaar van te voren boeken, en wij dit ‘even’ twee dagen van tevoren doen. En het is maar 3 uur vliegen! Toen ik het hotel boekte wist ik nog niet zoveel van Bali en had bedacht dat een iets rustiger resort, net iets boven het drukke toeristische gedeelte wel wat zou zijn.

Eenmaal geland op Bali werden we opgewacht door een chauffeur van het resort. Het is erg aan te raden dit van te voren te regelen, anders betaal je veel te veel en wordt je helemaal gek van al die mannetjes die je af willen zetten. Ik vroeg de chauffeur hoe lang de rit naar het hotel zou duren en hij zei ongeveer een uur, afhankelijk van het verkeer. Direct toen we het terrein van het vliegveld verlaten hadden, begrepen we wat hij bedoelde. In KL is het verkeer al verschrikkelijk, maar hier zijn nog meer scootertjes en de wegen zijn de twee keer zo smal. Eigenlijk een eenbaansweg, maar dan toch voor twee richtingen… Dit maakt dat het allemaal niet echt snel gaat en het gebied rondom het vliegveld is net een trechter: al het verkeer moet over een paar smalle weggetjes.

Het resort

Het resort

Na anderhalf uur kleine weggetjes en geen idee hebbend waar we waren, kwamen we dan eindelijk bij ons hotel/resort aan. Echt in de ‘middle of nowhere’. Maar prachtig! Een groot bed, wat een opluchting ten opzichte van een kleine bedje in KL. En een mooie grote badkamer met douche en bad. Na even opgefrist te hebben, hebben we nog wat gegeten en gedronken bij het zwembad. Heerlijk Indonesisch, soto ayam. Dat Indonesisch eten hadden we ook in Maleisië verwacht, maar Maleis is toch heel anders. Dat wordt genieten deze week!

Beeld bij een tempel

Beeld bij een tempel

Heerlijk geslapen, wat een rust. Het nadeel van die rust is echter ook dat er geen taxi’s komen en aangezien het resort nog maar net open was, wisten veel chauffeurs het niet eens te vinden. De volgende ochtend zijn we daarom maar naar Echo Beach gelopen, in de hoop daar een taxi te vinden. Volgens de reisgids zou dit geen probleem zijn: er was een taxi stand op Echo Beach. De wandeling naar het strand duurde ongeveer 15 minuten en we zagen al direct prachtige rijstvelden, afgewisseld met prachtige tempeltjes. Het strand bleek geen wit zandstrand, maar van dat zwarte zand. Nadeel van dit zand is dat het erg heet is en je echt moet rennen om je voeten niet te verbranden. Na een drankje bij een strandtent gedronken te hebben, gingen we op zoek naar de taxi stand. Maar wat bleek, het was alleen een drop off, taxi’s mochten niet wachten. Ik probeerde een chauffeur die net mensen afgezet had, maar hij was voor de hele dag door die mensen gereserveerd. Er was wel een stand waar je tegen een (wat ons betreft) veel te hoge prijs een ritje af kon spreken. Dan maar afdingen, dachten we, maar dat lukte niet echt. We wilden eigenlijk een enkele reis naar Ubud, maar ze vroegen de halve prijs van een chauffeur voor een hele dag. En ze wilden onderweg overal stoppen: batik, zilver, schilderijen. En wij wilden alleen maar een taxi ritje van een uur naar Ubud. Uiteindelijk zijn we akkoord gegaan en stopte de goede man bij een batik fabriekje en een zilver winkel. Zo ontzettend toeristisch en allemaal verzameld in één straat. Dus een hele straat met alleen maar zilverwinkels. En elke chauffeur stopt hier. Hij zal wel commissie krijgen als hij mensen brengt… Toen hij ook nog wilde stoppen bij de straat met schilderijen, hebben we maar vriendelijk gevraagd door te rijden naar Ubud.

Sjoerd is weer eens mooie foto's aan het maken...

Sjoerd is weer eens mooie foto’s aan het maken…

Ondertussen hadden we wel een beetje door hoe het in Bali werkt. Taxi’s heb je bijna niet. Iedereen huurt een auto met chauffeur voor een hele dag (kost net zoveel als twee enkele reizen van een uur!) en laat zich lekker rondrijden. In eerste instantie wilden wij zelf een auto huren, maar ik ben blij dat we dat niet gedaan hebben. Ons internationaal rijbewijs was namelijk niet meer geldig, en elke keer als de politie je aanhoudt (en dat doen ze vaak), moet je dan betalen. En met die smalle weggetjes en al die scootertjes… Daarbij komt dat er bijna nergens bewegwijzering te vinden is. Wij hadden echt geen idee welke richting we op reden met al die smalle kronkelweggetjes. Ondertussen hadden we ook al door dat het eiland veel groter was dan we van te voren dachten. We hadden dus al snel besloten de volgende dag ook een auto met chauffeur te regelen. Ook wel zo lekker, af en toe in de auto af te kunnen koelen met die hitte. De zon scheen namelijk de hele dag en het was er een stuk warmer dan in KL, maar wel droger en niet zo benauwd. Wat wel opmerkelijk is te zien, in vergelijking met KL, is dat iedereen hier zijn richtingaanwijzer gebruikt. Zelfs als je op een kruising rechtdoor wil: als je beide richtingaanwijzers (dus de alarmlichten) aan hebt, betekent dit dat je rechtdoor wil. Wel zo handig.

Toen we eenmaal aangekomen waren in Ubud was het al lunchtijd en hebben we meteen maar een must try in Bali geprobeerd: babi guling, speenvarken. Sommige delen waren erg lekker, heel mals, sommige minder. Dit is meteen ook het grote verschil met Maleisië: overal varkensvlees en bijna geen hoofddoekjes. Wat een verademing!
Daarna volgde een rondwandeling door het stadje. We startten met Ubud Palace, het ‘paleis’ van Ubud’s Koninklijke familie, vervolgd door een beetje een verstopte markt. Daarna kwamen we in een rustig voetgangersstraatje met allemaal kleine tempels en hotels/resorts. Vervolgens kwamen we in een gebied met veel eettentjes, winkeltjes, kledingboetiekjes, spa’s en meer tempeltjes. De winkels zijn allemaal gespecialiseerd in één ding: kunst. De eerste paar winkels zijn nog leuk, maar daarna is het eigenlijk allemaal hetzelfde. Dan wordt onze aandacht getrokken door een processie van mensen in het wit. Het blijkt een begrafenis te zijn. Mooi om eens gezien te hebben. De Sacred Monkey Forest Sanctuary slaan we over. De meeste mensen kijken hun ogen uit naar de aapjes, maar we zien in KL al genoeg aapjes. Ondertussen zijn we toe aan wat afkoeling en gaan ergens binnen In de airco!) wat drinken. Na nog wat rondwandelen kopen we kaartjes voor de traditionele dansvoorstelling ’s avonds en regelen alvast een ritje terug naar het hotel, omdat we niet weten of dit ’s avonds nog lukt. In eerste instantie denk je dat er helemaal geen ‘taxi’s’ zijn, maar na een tijdje merk je dat overal in toeristische gebieden mannetjes in normale kleren staan die je een ritje aan proberen te smeren.

Bij Kafe Batan Waru in Ubud

Bij Kafe Batan Waru in Ubud

We gaan vroeg eten om op tijd te zijn voor de dansvoorstelling. We kiezen een leuk tentje uit onsze reisgids: Kafe Batan Waru en gaan natuurlijk voor de saté, kip en rund, heerlijk! Dan op naar de dansvoorstelling in Ubud Palace. Wij vonden de voorstelling een beetje tegenvallen: mannen slaan op een muziekinstrument met een hoog ‘ting’ gehalte, en dat dan heel hard. Je krijgt er een beetje hoofdpijn van. Dan de dansers: het dansen – eigenlijk meer langzaam bewegen – vergezeld door enge blikken met grote ogen. Niet echt ons ding. Daarna terug naar het resort. Gelukkig wisten we de weg een beetje en konden we de chauffeur het laatste stuk de weg wijzen.

De Luwak koffie

De Luwak koffie

Dat bleek meteen ook het minpunt van de locatie van het resort. Geen enkele chauffeur wist het te vinden en dus konden we zelf geen chauffeur bellen. Dus hebben we maar een tour van het resort geboekt voor de volgende dag. De trip ging richting het noorden van Bali. Ik was niet zo blij met onze chauffeur, hij was namelijk erg ongeduldig en gaf telkens vol gas en remde direct weer hard. Dit, in combinatie met de niet al te goede wegen met veel bochten, maakten mij kotsmisselijk. Ik kon niet wachten tot de eerste stop. Die kondigde zich gelukkig al aan: midden op de weg stond een mannetje en we moesten betalen. Toen ik vroeg waarvoor, kreeg ik als antwoord: voor de rijstvelden. De rijstvelden liggen langs de weg, maar toch moet je hiervoor betalen. Maar wat een prachtige rijstvelden, bij Petulu Village. We keken onze ogen uit. Daarna vroeg de chauffeur of we een koffieplantage wilden zien. En dat wilden we graag. Meteen kwam er een mannetje op ons af gelopen. Eigenlijk hadden we hier helemaal geen zin in, vooral omdat we hem waarschijnlijk moesten betalen naderhand, maar hij was niet weg te slaan. Het was zelfs meer dan een koffieplantage, ze kweekten en allerlei soorten groenten, fruit en kruiden. Mooi om te zien hoe deze planten er eigenlijk uit zien. En het was niet zomaar koffie, maar een hele speciale: Luwak koffie. De koffie-vruchten worden opgegeten door een kat achtige, die de vruchten weer uitpoept.
Mt & Lake Batur

Mt & Lake Batur

Vies, zou je zeggen, maar er volgt een hele uitleg van het vervolg proces. Het bleek eigenlijk een heel aardig mannetje met veel verstand van zaken. De vruchten worden meerdere keren gewassen, gedroogd en vervolgens gebrand tot koffiebonen. Natuurlijk hoor je de koffie dan ook te proeven, dus dat doen we braaf. Bij aankoop van 1 kopje Luwak koffie (ongeveer 5 euro), krijg je een hele rij met allemaal verschillende soorten koffie, vooral erg zoet naar onze smaak. Dan de Luwak koffie. Eerlijk gezegd vonden wij het naar een sterke kop DE koffie smaken… Aan het eind wilden wij het mannetje wat geld geven, maar dat mocht hij niet aannemen. Wij stonden versteld!

Besakih Tempel

Besakih Tempel

Daarna door naar de Mount en Lake Batur. We rijden duidelijk omhoog en dan staat er weer een mannetje op de weg die om geld vraagt. Overal moet je blijkbaar een soort van toegangsgeld betalen, ook al is het maar een openbare weg die ergens langs loopt. Maar het uitzicht is geweldig: Mount Batur is een vulkaan met daarnaast Lake Batur, een enorm meer. Hierna gaan we door naar de Besakih Tempel, de grootste tempel in Bali. Wat onze chauffeur pas vertelt als we daar aankomen, is dat je een sarong moet hebben om het terrein op te mogen. Nou had ik mijn omslagdoek meegenomen, maar deze werd niet goed bevonden. Dus moesten we ter plekke twee sarongs kopen. Nou zijn deze normaal niet echt duur, maar hier moesten mensen ze wel kopen om het terrein op te mogen en in de buurt was er verder ook niets, dus konden ze de hoofdprijs vragen en dat deden ze dan ook. Natuurlijk moet je dan afdingen, maar dat is niet echt ons beste ding en ze wisten dat we ze moesten hebben. Uiteindelijk hebben we voor veel te veel geld twee sarongs gekocht. Mijne waaide de hele tijd open, zodat het idee van de benen bedekken niet echt werkte. Een eenmaal binnen zag ik mensen met kortere omslagdoeken, precies zoals mijn eigen waar ik dus niet mee naar binnen mocht… Ik was een beetje in een geïrriteerde stemming, maar toen we uiteindelijk het enorme tempelcomplex zagen, tegen een berg aan gelegen, was de stemming direct weer goed. Wat indrukwekkend! Prachtig. Hier hebben we enorm veel foto’s genomen. In totaal (hele Bali trip) hebben we overigens meer dan duizend foto’s gemaakt. Het was dus een hele klus om dit uit te zoeken…

Rijst terrassen bij Rendang

Rijst terrassen bij Rendang

Daarna op naar de lunch. De chauffeur zou ons naar een mooi plekje brengen. En dat was het ook! Restaurant Mahagiri, panoramic rice field Rendang. Wat een prachtig uitzicht op de rijst terrassen. Het eten zelf was een Balinees buffet, eerlijk gezegd niet echt geweldig. En alleen maar toeristen, terwijl het in de middle of nowhere lag. Blijkbaar krijgen de chauffeurs hier zelf gratis wat te eten als ze toeristen brengen. Na deze late lunch hadden we eigenlijk twee keuzes: zonsondergang bij de Tanah Lot tempel of bij de Ulu Watu tempel. Deze laatste had mijn voorkeur, maar de chauffeur betwijfelde of we het zouden halen voor zonsondergang (om 6 uur). Dus was er weinig keus en gingen we dus naar de Tanah Lot Tempel, volgens de reisgids erg toeristisch en redelijk recent. En dat toeristische hebben we geweten. Eerst moet je door straten vol moet toeristische meuk en wat een mensen stonden er al te wachten bij het water… De Tanah Lot tempel ligt namelijk op een rots in het water, enkele tientallen meters voor de kust. Maar het ziet er wel erg schilderachtig uit.
Tanah Lot tempel

Tanah Lot tempel

We lopen een heel stuk naar rechts, waar het veel rustiger is en Sjoerd maakt wederom enorm veel foto’s. Toch moeten we hier weg, want het begint vloed te worden. Ondanks de vele mensen toch wel een erg mooie locatie en een erg mooie zonsondergang. Daarna in colonne naar de uitgang, waar alle chauffeurs staan te wachten op hun gasten. Dit zie je overigens bij elke toeristische attractie. We vinden onze chauffeur makkelijk, of beter gezegd hij ons, want ik heb een erg opvallend gekleurd topje aan en dan begint de file om weg te komen. Alhoewel het hemelsbreed maar een paar kilometer is naar ons resort, moeten we een hele omweg maken om er te komen. Daarna hebben we nog wat gegeten bij het resort (curry ayam en beef rendang) en nog even lekker in bad gelegen.

Sjoerd met zijn wakeboard

Sjoerd met zijn wakeboard

De dag daarna was een relax dag op Echo Beach. We huurden lekkere ligstoelen en Sjoerd een wakeboard. Echo Beach is met haar zwarte zand en een beetje afgelegen ligging niet echt toeristisch, maar staat wel bekend bij de surfers vanwege de hoge golven. En dat hebben we gemerkt toen we in het water gingen! Naast de hoge golven, erge trekkracht zodat je helemaal meegesleept wordt. Zelfs als je nog niet eens voor de helft in het water bent. Voor mij reden om heb bij één keer het water in gaan te houden. Sjoerd heeft dapper geprobeerd te wakeboarden, maar dat viel niet mee. Wederom zonsondergang op het strand gekeken, daarna lekker gegeten bij de strandtent.

Omdat geen enkele chauffeur het resort kon vinden, hebben we het resort maar gevraagd een chauffeur te regelen om ons de volgende dag weer rond te toeren. Dit keer ging de reis richting het zuiden. En we wilden minder lang in de auto zitten, en dus meer tijd hebben om rond te kijken en te genieten. We begonnen ’s ochtends in Seminyak, een hip stadje met vooral veel winkels. Ik was op zoek naar een elastiekje voor in mijn haar omdat ik deze verloren was op het strand. Nou zou je zeggen, niet echt een moeilijke opgave, maar dat bleek tegen te vallen. Er waren heel veel winkels met leuke dingen voor in huis, sierraden en heel veel kleding, maar een elastiekje…

Garadu Wisnu Kencana Cultural Park

Garadu Wisnu Kencana Cultural Park

Daarna zijn we doorgegaan naar Garadu Wisnu Kencana Cultural Park, een soort park omgeven door hoge rotsen, met twee gigantische beelden. Mooi om foto’s te maken, maar meer ook niet. En er was een mooi uitzicht over het zuiden van het eiland. Daarna door naar Dreamland Beach, ze zeggen één van de mooiste stranden van Bali. Wat wel grappig was om te zien, dat de weg naar het strand toe bijna een privé weg was met allemaal resorts (veel nog in aanbouw) en een golfbaan. Omdat er weinig parkeerplaats bij het strand is, moet je eerst naar een nabijgelegen waterpretpark om te parkeren en met een pendelbus naar het strand. En inderdaad, het was een prachtig strand waar we genoten hebben van een nasi campur en een drankje.

Bij Ulu Watu tempel

Bij Ulu Watu tempel

We konden niet heel lang blijven want we wilden op tijd (vóór zonsondergang) bij de Ulu Watu tempel zijn. Dit is een tempelcomplex, hoog op de rotsen gelegen, op het zuidelijke puntje van Bali. Prachtig, en wat een uitzicht! Wij hadden braaf weer onze sarongs meegenomen, maar hier krijg je na betaling van het entreegeld een gratis sarong te leen. Wat een service! Ook wordt je van te voren gewaarschuwd voor de aapjes (staat overigens ook in bijna elke reisgids). De aapjes pakken (of stelen?) namelijk alles wat ze kunnen pakken. Zonnebrillen en hoofddeksels zijn erg gewild, dus dan maar even zonder zonnebril, maar dat valt erg tegen met de felle zon. Tassen voor je dragen en erg goed opletten dus. Als we nog maar net binnen zijn zien we een aapje al de bril van een vrouw pakken en er lekker mee spelen. Eigenlijk wilden we hier naar de zonsondergang kijken, maar we besluiten toch een kaartje te kopen voor de dansvoorstelling. Hopen dat deze meer in de smaak valt dan de eerste in Ubud… En dat deed het. De Kecak & Fire Dance bij Ulu Watu is echt geweldig! Geen vervelende instrumenten, maar een hele groep mannen, ongeveer 50 schat ik, die zorgt voor de muziek. Erg indrukwekkend. Naast het wederom langzame dansen met grote ogen, waren er veel grapjes en op het eind vuur. Echt een aanrader.

Op de terugweg naar het resort wilden we nog wat eten, maar dan niet op het super toeristische strand bij Jimbaran (wat veel mensen doen nadat ze deze tempel bezocht hebben), maar we wilden wat meer lokaals. De chauffeur wist wel een plekje en hij bracht ons naar een restaurant dat bekend staat om de beste spareribs van Bali: iiga Warung. En lekker dat ze waren! En weinig toeristen.

Kecak & Fire Dance bij Ulu Watu

Kecak & Fire Dance bij Ulu Watu

De volgende dag hebben we lekker uitgeslapen en rustig aan gedaan omdat we om drie uur ’s middags naar het vliegveld gebracht zouden worden. Echter, om half één vroeg de chauffeur van het hotel of wij het erg vonden eerder naar het vliegveld te gaan. Hij moest namelijk een ander stel naar Seminyak brengen en kon ons meteen meenemen, zodat hij niet twee keer hoefde te rijden. In eerste instantie had ik hier niet zoveel zin in omdat ik liever nog even op het resort bleef dan op het vliegveld te wachten, maar we besloten uiteindelijk niet moeilijk te doen en toch mee te gaan. We waren natuurlijk veel te vroeg op het vliegveld en wilden onze bagage alvast inchecken, zodat we daarna door de douane en het hele gebeuren konden en nog wat konden shoppen. Er was een mooie Malaysia Airlines balie en daar gingen we in de rij staan. Maar we konden hier onze bagage niet inchecken, dat kon pas twee uur van te voren. Dit vonden wij onzin, de balie was toch gewoon open? Dus op naar het kantoor van Malaysia Airlines om ons beklag te doen. Nee, we konden onze bagage pas twee uur van te voren inchecken, maar misschien was er nog plaats over in de eerstvolgende vlucht? Nou, uiteindelijk konden we dus zonder bijbetaling een vlucht eerder nemen. Super!
Wat wel goed is om te weten, en wat niet in alle reisgidsen vermeld wordt, is dat je op het vliegveld nog een ‘vertrekbelasting’ moet betalen: 150.000 rupiah per persoon. Is wel handig om te weten voordat je al je rupiahs opgemaakt hebt…

Jeetje, wat is het een lang verhaal geworden. Maar er was ook zoveel te vertellen! Ik zal het volgende keer proberen korter te houden… Oh ja, meer foto’s staan op Facebook. Nu verder met de voorbereidingen voor Vietnam. Zin in!

Van uitstel gelukkig nog geen afstel

We zijn dan misschien een tijdje uit de lucht geweest met ons blog, dat neemt niet weg dat er hier niets meer gebeurt. In tegendeel! Het was alleen zo dat elke keer als we dachten er even voor te kunnen gaan zitten, dit dus niet helemaal het geval was…

Zo’n anderhalve maand geleden mochten we meegenieten van een heuse Chinese bruiloft. Mijn collega Dennis en zijn – ondertussen – vrouw Catherine traden namelijk in het huwelijk. Alvorens dit kon gebeuren, was er natuurlijk een vrijgezellen avond. Nou ja, één… zowel de avond voorafgaand aan de bruiloft alsmede de avond hiervoor was het raak. En hij werd ook zeker goed geraakt.

Op zich misschien wel verstandig, want alvorens de ceremonie kon plaatsvinden, moest Dennis zich een weg banen door de ‘Sisters’ van de bruid. Het is namelijk traditie dat de man vanuit zijn huis op pad gaat naar het huis van zijn aanstaande vrouw, alwaar hij een aantal opdrachten voorgeschoteld krijgt van deze dames. Gelukkig staat hij hier niet alleen voor, want hij heeft namelijk zijn ‘Brothers’ om hem er doorheen te slepen. Aangezien deze mannen de avond(en) ervoor zich flink wat moed hadden ingedronken, moest dat geen probleem vormen. Helaas slaagden we er niet in om alle opdrachten tot een goed einde te brengen, zodoende werden er ook straffen uitgedeeld. Deze straffen varieerden van het opblazen van een ballon tot hij klapt, tot harsen en zelfs tandenpoetsen met Wasabi. Helaas was dit nog niet alles, want toen het leek alsof Dennis dan toch eindelijk Catherine mocht gaan begroeten, werd de deur nog versperd. De dames vonden namelijk dat ze wel wat financiële compensatie verdiend hadden. Mooie traditie (als je vrouw bent).

Hierna volgde een ceremonie waarbij alle familieleden van de bruid thee kregen aangeboden. Vervolgens toog het hele gezelschap in colonne richting het huis van de bruidegom. Dit was namelijk de tweede reden waarom de ‘Brothers’ mee mochten: alle dames en familie van de bruid moesten namelijk vervoerd worden. Eenmaal aangekomen, had Dennis zijn moeder een heel buffet klaar staan. Alvorens we hieraan begonnen, was er eerst nog een traditie: er moest namelijk eerst een kind op het bed van het bruidspaar springen. Dit helpt namelijk voor het krijgen van nageslacht. Hierna werd er nog een uitgebreide fotosessie gehouden: het bruidspaar, het bruidspaar met de sisters, het bruidspaar met de brothers, het bruidspaar met familie, het bruidspaar met individuen… Vervolgens kwam er nog iets herkenbaars: het gooien van het boeket. Hierna zeiden de meeste mensen vrijwel direct ‘tot vanavond’ en weg waren ze. Dit was wel een gekke gewaarwording: zo sta je midden in een ceremonie en zo is het plots afgelopen.

Een blik op de helft van de zaal

Een blik op de helft van de zaal

’s Avonds was het grote diner. Dit vond plaats in een grote zaal met allemaal grote ronde tafels waar zo’n tien personen konden plaatsnemen. Dennis had ons op het hart gedrukt dat de festiviteiten om zeven uur ‘sharp’ zouden beginnen. Met andere woorden: zorg dat je op tijd bent. Omdat je het met het verkeer hier nooit weet, waren wij dan ook ruim op tijd. Om kwart over zes stonden we paraat. Maar… om zeven uur waren we nog steeds een van de weinige aanwezigen. Gelukkig was een aantal van onze disgenoten er al wel. Net als zij hadden we de enveloppe van de uitnodiging gebruikt als cadeau. Het is hierbij de regel dat je minstens geeft ‘dat wat je gebruikt’ (een tafel kost al gauw duizend Ringgit en je kunt er met zijn tienen aan zitten). Gelukkig had iemand dat als eens voor ons uitgezocht en zijn we van tevoren hier op geattendeerd, zodat we netjes aan deze traditie mee konden doen.
Samen met de disgenoten wilden we vervolgens vast plaatsnemen aan onze tafel. Maar dat ging niet helemaal goed. Wat bleek namelijk: ons diner was boven en beneden zou ook nog eens een diner zijn. Ook om zeven uur stipt. Ook nog bijna geen gasten…

9-gangen menu van het bruiloftsdiner

9-gangen menu van het bruiloftsdiner

Toen om half negen iedereen er eindelijk was, maakte het bruidspaar haar entree en konden we beginnen. Door de kleine vertraging was het opschieten geblazen, want er moesten nog wel even negen gangen de revue passeren. Bijzonder om te zien dat men voor zoveel gasten het eten tegelijk kon uitserveren! En dan ook nog eens met een tempo van heb ik me jou daar, want bij de meeste gangen was je nog niet helemaal klaar, of de schaal werd al weer gewisseld voor een nieuwe.
De gerechten waren zeer bijzonder en smaakvol. Niet alle dingen op het menu waren ons helemaal bekend (geen nummertje 53 sambal bij), maar dat bleek ook voor de Chinese tafelgenoten. Zij keken enorm verbaasd toe hoe vier Hollanders zonder blikken of blozen – uiteraard met stokjes – al dat onbekende verorberden.
Chinese lekkernij: roasted piglet

Chinese lekkernij: roasted piglet

Gedurende de maaltijd maakte het bruidspaar een ronde langs alle tafels om op hun geluk te drinken. Naarmate er meer bier in ging (wat overigens door het bruidspaar zelf was meegenomen), werd het bij elke volgende tafel de uitdaging om nog harder en met langere uithalen te proosten dan de voorgaande tafel.

Het moet een uur of elf geweest zijn toen we het laatste hapje van het toetje nuttigden. Na al het lekkers, konden we geen boe of bah meer zeggen. In Nederland betekent dit vaak: even tijd om uit te buiken en daarna de voetjes van de vloer. Op een Chinese bruiloft gaat dat ietsjes anders: dit is het tijdstip waarop iedereen opstaat en vertrekt. Deed me denken aan eerder op de dag.

Er moge dan geen eerste dans geweest zijn; wij vonden het een fantastische ervaring! Dit gold ook voor het verjaardagsfeestje van de dochter van collega Hilmy, waarvoor wij een aantal weken later uitgenodigd waren. Van de ene cultuur vlieg je hier zo in de andere. Alleen dat maakt het al zo bijzonder. Waar we met Dennis veel meekrijgen van de Chinese aspecten die Maleisië rijk is, krijgen we bij Asraf en Hilmy veel mee van de etnisch Maleisische en islamitische cultuur. Bij de etnische Maleisiërs is het traditie om bij een verjaardag van een kind samen met familie en vrienden een ‘makan makan’ te houden. Letterlijk iets wat hier prima past: ETEN! De schoonfamilie van Hilmy had een heerlijk Maleis buffet voorbereid.
Hilmy weet hoeveel wij hiervan kunnen genieten. Hij vroeg zich al af waarom wij nog geen tweede keer langs de tafel gelopen waren. Toen bleek dat dit helemaal niet onbeschoft was, lieten keer drie en keer vier ook niet lang op zich wachten. Hij had vantevoren aan zijn schoonmoeder ook al aangegeven dat ze maar wat plastic zakjes moest meebrengen, want eventuele left-overs zouden Anja en Sjoerd zeker goed smaken. En zo geschiedde…
Naast het feit dat het eten zo lekker was, was het ook heel bijzonder om bij deze intieme gelegenheid aanwezig te mogen zijn. Dit was weer totaal anders dan bij de Chinese bruiloft: in plaats van gemixed aan een grote tafel, zaten de vrouwen aan de ene kant van de kamer en alle mannen aan de andere kant. Daarnaast at men hier met de handen, in plaats van met stokjes danwel bestek.

Waar we ons gelukkig mee mogen prijzen, is dat alle collega’s zo vriendelijk en behulpzaam zijn. Ongeacht hun geloof en of cultuur. Zo’n twee weken geleden was ik wat onfortuinlijk met de auto en stond ik stil langs de kant van de weg. Omdat we hier al zoveel vriendelijke mensen ontmoet hebben, heb ik me in een naïeve bui daarbovenop mijn telefoon laten ontfutselen. Iets daarvoor had ik Hilmy nog aan de lijn en hij wist ongeveer waar ik me bevond. Vanuit het crisiscentrum op kantoor heeft hij vervolgens Dennis en Asraf mijn kant op geloodst. Toen zij mij eenmaal gevonden hadden, hebben ze geholpen bij het regelen van allerhande zaken en gezorgd dat ik weer veilig naar huis kon. HELDEN!
Meteen het negatieve maar omgezet in iets positiefs: nu had ik eindelijk een reden om een nieuwe telefoon te regelen (en ook de auto doet het weer).

Rijsttekening ter ere van Deepavali in Publika mall

Rijsttekening ter ere van Deepavali in Publika mall

De komende week is het weer tijd voor twee feestdagen. Een hiervan is gerelateerd aan Deepavali, het feest van het licht. Omdat er in Maleisië naast etnische Maleisiërs en Chinezen ook veel Indiërs (met name Hindoestanen) wonen, is dit erkend als officiële feestdag. Op veel plekken in de stad zie je nu ineens allerlei prachtige tekeningen van gekleurde rijstkorrels opdoemen. Helaas zullen we deze week, naast deze tekeningen, verder niets van de Hindoestaanse cultuur leren. Naast de twee feestdagen, zal er op kantoor namelijk nog een uitgebreide brandoefening zijn. Dit kost minstens een halve dag. Lekker doorwerken zit er zodoende niet in (maandagmiddag, woensdag en vrijdag blijven over). Omdat ik toch nog wat dagen over had, hebben we gekeken of we dan wellicht nog een weekje weg konden. En jawel: morgen vertrekken we voor een weekje naar Bali!

Rijsttekening ter ere van Deepavali in metro station

Rijsttekening ter ere van Deepavali in metro station

Niet lang nadat we terugzijn uit Bali, zal ik waarschijnlijk voor minstens twee weken naar Bintulu vertrekken (dit ligt op Borneo). Op zich nog een hele ervaring om daar aan de slag te kunnen, want mijn werkvergunning geldt alleen voor West-Maleisië. In Serawak (een van de twee deelstaten op Borneo), is men niet zo happig op mensen die iets doen op Borneo als ze er niet vandaan komen. Ook al is dit maar voor twee weken. Volgens mij heb ik vandaag ter voorbereiding op die trip al meer formulieren moeten invullen, dan ik ooit heb hoeven doen om een werkvergunning voor drie jaar in Kuala Lumpur te krijgen!

Maar goed, alvorens ik die kant op ga, zullen we proberen om onze ervaringen van de komende week te delen.

Terug naar het ‘alledaagse’ leven in KL

Ondertussen zijn we al weer twee weken terug in KL: thuis in KL om beter te zeggen. Helaas was de terugreis niet helemaal wat we ervan verwacht hadden. We hadden ons een beetje luxe veroorloofd door een speciale stoel te boeken: achterin het vliegtuig, daar waar de stoelen aan de zijkant van het vliegtuig van drie naar twee naast elkaar overgaan. Zodoende heb je iets meer ruimte voor je benen en heb je geen last van langskomende mensen. Dit leek goed te gaan (het achterste gedeelte van het vliegtuig was bijna leeg…), maar vijf minuten voor vertrek kwam er een groep van ongeveer 100 Polen binnen die volgens mij al niet helemaal nuchter waren, om het voorzichtig uit te drukken. Direct vanaf de start hadden ze het al op een zuipen gezet, geen idee waar die alcohol vandaan kwam. Vervolgens zaten, lagen en stonden ze overal en zoals je misschien wel kunt raden stonden ze erg graag direct naast mij stoel, want daar was wat extra ruimte. Van een relaxte vlucht en lekker slapen kwam dus niet veel terecht…

Bij de Engelse klokkentoren op het plein

Bij de Engelse klokkentoren op het plein

Eenmaal terug in KL lag er toch een stapel werk te wachten. Alsof er niets gebeurd was in de maand dat wij weg waren geweest. Misschien hadden wij iets te hoge verwachtingen? Net voordat we naar Nederland vertrokken had ik een ontwerp voor het IWAKL galabal logo, flyers en tickets gemaakt en deze in onze vakantie zelfs al meerdere malen aangepast. Terug in KL verwachtte in dus dat de flyers al geprint waren, maar niets bleek minder waar. Er was niets gebeurd en het moest wéér aangepast worden (dat krijg je ervan als je telkens iedereen om een mening vraagt en iedereen een andere mening heeft). Uiteindelijk is één van de dames bij mij thuis langs gekomen om de definitieve versie te maken. Ik dacht deze keer echt dat het definitief zou zijn, want er moest de volgende dag echt geprint worden. Maar helaas, wederom werd het voorstel aan iedereen doorgestuurd met alle gevolgen van dien. Maar uiteindelijk is het goed gekomen en zijn de flyers en tickets geprint. Helaas is het nog niet klaar, want er moet later nog een programmaboekje gemaakt worden. Wordt dus leuk…

Daarnaast was bijna iedereen weg of te druk en was er nog niets gedaan voor de Flits van oktober. Die hebben we met z’n tweeën even in een weekje in elkaar geknald en nu op naar het volgende nummer dat over twee weken al de deadline heeft. Maar als je dan het resultaat van het septembernummer ziet, dan weet je weer waar je het voor doet.

Ook Sjoerd heeft heel wat te voorduren gehad op het werk. We waren nog geen week terug, of hij moest al weer voor een paar dagen naar Labuan. Daardoor had ik wel alle tijd om alles voor de Flits op tijd af te krijgen. Zaterdag is hij terug gekomen, maar ons idee om een lang weekend naar Penang te gaan (maandag was een feestdag) was al in de soep gelopen.

De jungle track in Fraser Hill

De jungle track in Fraser Hill

In plaats daarvan zijn we een dagje naar Fraser Hill (Bukit Fraser) geweest. Volgens meerdere bronnen zou het ongeveer anderhalf uur rijden zijn vanaf Kuala Lumpur en aangezien wij in het noorden van de stad wonen moesten wij het toch makkelijk binnen die tijd zien te redden. Maar als TomTom aangeeft dat je midden in een dorpje 110 km per uur mag rijden, gaat er toch echt iets mis. En in de bergen rijd je met al die haarspeldbochten ook niet 50 tot 60 km per uur, vooral niet als er een bangerik voor je rijdt. Maar we zijn er gekomen. Het was er niet extreem druk en een aangenaam temperatuurtje. Het leuke aan Fraser Hill is dat het niet zo populair is als bijvoorbeeld Genting Highlands en er dus niet zoveel toeristen komen en dus meer lokale mensen. Je schijnt er goed vogels te kunnen spotten, maar dat viel ons een beetje tegen.
Na eerst even het dorpje met zijn prachtige koloniale architectuur bekeken te hebben (het is van oorsprong een hill station voor de Britten) hebben we een jungle track gedaan. Erg mooi en beter te doen dan bijvoorbeeld in het FRIM of Redang waar we eerder een jungle track gedaan hebben, omdat het een paar graden koeler is. Alhoewel, in de jungle zelf is het toch wat warmer dan op de weg.

Junior en senior Diepen op kantoor

Junior en senior Diepen op kantoor

Daarna besloten we via een kleine omweg naar de auto terug te gaan. Dachten we, want op de kaart leek het niet zo ver, maar de kaart was niet echt op schaal. Daarna wilden we, zoals dat hoort in een Brits hill station, een kopje thee met een scone eten. We hadden een leuk adresje gekregen, maar deze bleek gesloten te zijn wegen een bruiloft. Dus maar weer terug naar het dorpje, maar bij het tentje waar we beland waren hadden ze geen scones. Ik heb het zelfs gevraagd en het stond ook niet op de kaart. Om een beetje Engels te blijven bestelde ik een ‘bread and butter pudding’ en Sjoerd een kipburger. Toen wij lekker aan het smullen waren, kreeg het stel naast ons een mandje met scones. Wij keken elkaar een beetje vreemd aan en dachten ‘het zal wel’, het is en blijft Maleisië… Als laatste stond een bezoekje aan een waterval met zwemmogelijkheid op het programma. We liepen al braaf de hele dag in onze zwemkleding (natuurlijk onder de andere kleren), handdoeken en droge kleren lagen in de auto. Maar helaas, halverwege de weg stond een blokkade en een bord in het Maleis. Geen idee wat er stond, maar volgens mij was het niet de bedoeling dat je verder reed. Toen er nog iemand aankwam vroegen we het en inderdaad, je mocht niet verder rijden, alleen lopen. En het was nog een héél eind lopen. Aangezien het al eind van de middag was hebben we maar besloten terug naar huis te rijden. Hebben we nog wat om voor terug te komen.

Sinterklaas was vroeg dit jaar...

Sinterklaas was vroeg dit jaar…

Dinsdag middag zijn Sjoerd’s ouders aangekomen voor een logeerpartijtje van drie weken. We mochten ze niet ophalen van het vliegveld, dus zaten braaf thuis te wachten tot de beveiliging zou bellen dat er gasten voor ons waren en of ze die binnen mochten laten. Maar Sjoerd’s ouders zagen er blijkbaar heel betrouwbaar uit (of misschien lachten ze lief), dat ze direct doorgelaten werden en met bewaker en al voor de deur stonden. Wat een verrassing! We wisten dat ze een hele berg spullen uit Nederland meegenomen hadden, maar zoveel hadden we toch echt niet verwacht. Zelf meer dan het dubbele van de toegestane hoeveelheid alcohol die je Maleisië binnen mag brengen. Bijgevoegd een foto van de uitstalling die we ervan gemaakt hebben: stroopwafels (en veel!), stroopkoeken, kaas, alcohol, krentenbollen, chocopasta, speculaaspasta, pindakaas, zelfgemaakte jam, hagelslag, drop, pepernoten, kruiden, tijdschriften, lenzen en natuurlijk haring. Sorry, als ik iets vergeten ben… Het leek wel Sinterklaas!

Hilmy is erg blij met de stroopwafels

Hilmy is erg blij met de stroopwafels

Ondertussen hebben we, naast al het geweldige eten natuurlijk, ze al het kantoor en de Petronas Towers laten zien (en natuurlijk het bijbehorende winkelcentrum Suria KLCC). Natuurlijk moesten er op kantoor ook mensen blij gemaakt worden met stroopwafels. Vandaag een dagje rustig aan bij het zwembad en morgen op naar de Petronas Towers: naar de luchtbrug en het observatiedek op de 86e verdieping (als ik me niet vergis). Iets waar we zelf niet zo warm voor liepen, omdat mij verteld was dat je dan om zes uur ’s ochtends voor de deur moest liggen om (gratis, maar beperkt aantal) tickets voor de luchtbrug te bemachtigen. Mede doordat de luchtbrug niet echt hoog zit en je niet geheel rond kan kijken, hadden wij nooit zo’n behoefte hieraan. In de KL Tower zit je namelijk veel hoger en kun je 360 graden rondkijken. Gelukkig is het voorgenoemde niet meer het geval bij de Petronas Towers en kun je gewoon een ticket voor over een paar uur kopen, of voor een aantal dagen later. En je mag ook naar de 86e verdieping. Dit hebben we dus maar gedaan en morgen gaan we er dus echt naar boven! Woehoe! Met dank aan Peter en Loor.

En zondag staat ons nog een Chinese bruiloft te wachten, dus we hebben niets te klagen!

Terug van weggeweest

Wat Leiden wij toch een heerlijk leven

Wat Leiden wij toch een heerlijk leven

Een van de leuke aspecten van ons blog, is dat we de afgelopen twee weken niet continu hebben hoeven vertellen wat we nu precies doen in Kuala Lumpur. Natuurlijk is het enorm gaaf om alle belevenissen (nogmaals) te delen, maar er is hier ondertussen ook zoveel gebeurd. Mensen gaan trouwen/zijn getrouwd, kinderen worden geboren en sommigen zijn van woning veranderd.
Wat is de Noordzee toch fijn

Wat is de Noordzee toch fijn

Genoeg dus om ons ook even ‘live’ bij te praten. Een van de redenen om onze vakantietijd in Nederland door te brengen. Zodoende hadden we lekker tijd over om van iedereen te horen hoe het leven hier nu verder gaat. Nou ja, tijd over… sinds de officiële start van onze vakantie – twee weken na aankomst in Nederland, hebben we flink wat kilometers door Nederland getoerd. In de afgelopen maand hebben we op Flevoland na alle provincies bezocht. En dan nog hebben we helaas niet iedereen kunnen spreken en/of zien.

Ons tijdelijke onderkomen

Ons tijdelijke onderkomen

Op zo’n moment begin je een beetje te beseffen wat geleefd worden betekent. Niet dat dit vervelend was hoor, want door even niet met werk bezig te zijn, zijn we voldoende tot rust gekomen.
Lekker op pad met de fiets

Lekker op pad met de fiets

Daarbij komt dat we ook lekker aan ontspanning hebben gedaan, ondanks dat we elke dag naar een afspraak toe leefden. Wat hierbij wel fijn was, was het feit dat we ons eigen thuis hadden op een vakantiepark en hier ook mensen konden uitnodigen. Vooral dit laatste compenseerde het uit-de-koffer-uit-de -koffer leventje dat we haast begonnen te leiden (lijden?).

Gelukkig zijn er de afgelopen weken wat mooie dagen geweest, zodat we lekker van het zonnetje, het strand en de fiets konden genieten. Als klap op de vuurpijl hebben we zaterdag een 10-holes boerengolf gespeeld op de baan van Liessel. Dank voor dit fantastische idee Ev!

Al met al twee fantastische weken en een goede besteding van onze vakantie. Dank iedereen.

Wordt dit een hole in 1?

Wordt dit een hole in 1?

Aangezien we vaak te horen krijgen dat ons blog wel erg op eten gericht is, kan ik dit stukje natuurlijk niet afsluiten zonder ook even over de Nederlandse keuken gerept te hebben. Het blijkt dat Nederland toch ook een behoorlijk aantal culinaire hoogstandjes heeft die we in Kuala Lumpur niet of nauwelijks hebben. Zo hebben wij hier volop genoten van:
• Stroopwafels
• Hagelslag
• Kaas
• Krentenbollen
• Haring
• Filet americain
• Brabantse eierkoeken
• Zeeuwse mosselen
• Limburgse vlaai
• Groninger koek
• Drop
• Lekkere BBQ (toch weer 4x!)
• Aardappelen/groente/vlees
• Toetjes

Eerste keer samen terug in NL

Ondertussen zijn we al weer anderhalve week, bijna twee weken, in Nederland en het bevalt prima! Heerlijk weertje, lekker overal met de fiets naartoe, vrienden en familie ontmoeten, overal lekker eten, … Momenteel zien we er tegenop om weer terug te moeten, maar hopelijk verandert dat de komende weken nog wel.

Haring happen

Haring happen

Het begon allemaal zondagochtend 5 augustus op Schiphol. Sjoerd’s ouders en zusje (Milou) stonden ons op te wachten en we vlogen elkaar in de armen. Nog voordat we in de auto stapten om samen te gaan ontbijten, werd er nog een haring verorberd door Sjoerd en kreeg ik twee flessen wijn in mijn handen geduwd. Wat een aankomst! Daarna hebben we gezellig bijgekletst tijdens een extra lang ontbijt, waarna we afscheid namen van Milou en weer terug reden naar Schiphol, omdat ik nog twee herhalingsvaccins wilde halen. Ik heb namelijk mijn twijfels of ik in Kuala Lumpur precies hetzelfde zou krijgen en wil geen risico lopen. Daarna lekker in de auto naar Eindhoven en nog een drankje gedaan op het terras van het hotel. Wel gek om in je ‘eigen’ stad in een hotel te slapen. Nog gekker dat iedereen Nederlands spreekt en je dus op moet letten met roddelen…

Terrasje voor het hotel

Terrasje voor het hotel

We hadden een auto gehuurd (die ik maandag pas op kon halen), maar een fiets is ook wel handig. Mijn eigen fiets wel te verstaan. Deze stond bij vrienden en konden we direct ophalen. Sjoerd kon zijn fiets nog niet ophalen, dus hadden we een fiets op het station gehuurd en gingen we op weg naar iets wat we altijd deden als we terug kwamen van vakantie: naar de friettent om de hoek. Frietje speciaal, frietje stoof en een kroket. Wat smaakte dat goed! Toen we weer terug waren in het hotel vielen we als een blok in slaap om vervolgens midden in de nacht weer wakker te worden.

De eerste twee weken moet Sjoerd nog werken en vanaf morgen is het echt vakantie! De eerste week was hij in België voor een project en bleef daar ook slapen. Dus nu was ik voor de verandering weer eens alleen, maar dan in Nederland. In Eindhoven nog wel! Maar de week vloog voorbij. Nadat ik maandag de auto had opgehaald ben ik naar mijn ouders gegaan. Wat heerlijk om elkaar weer te zien! Maar het voelde ook als thuiskomen, want vooral het laatste stukje in de auto over de slingerweggetjes voelde zo vertrouwd. Alsof ik er gisteren nog was geweest.

Floriade

Floriade

We gingen ’even’ naar Horst om een rondje door het centrum te wandelen en een ijsje te eten, maar dat werd iets langer. We liepen langs een modezaak met een flinke opruiming en dat kon ik niet weerstaan. In Kuala Lumpur kan ik bijna geen kleren vinden, want ze zijn allemaal te klein. Hier ging een wereld voor mij open. Een beetje sneu voor mijn vader, want hij heeft volgens mij wel twee uur gewacht in die winkel… Maar het resultaat mag er zijn: 6 stuks nieuwe kleren. Helaas was er toen geen tijd meer voor een ijsje… Na een Hollandse maaltijd (heerlijk) was het tijd voor een avondwandeling, lekker door het platteland. Wat is dat heerlijk zeg! Dat missen wij echt in KL. Gelukkig bleef ik slapen en konden we onder het genot van een wijntje verder kletsen en genieten van een film.

Floriade

Floriade

Dinsdag zijn we naar de Floriade geweest. Erg mooi en erg gezellig. Toch wel bijzonder als je je beseft dat het maar eens in de 10 jaar in Nederland is. En zo dichtbij. Gelukkig was er vandaag wel tijd voor een ijsje. En om de dag af te sluiten een frietje. Deze keer met een andere Hollandse snack: een kaassoufflé. ’s Avonds ben ik maar weer naar het hotel gegaan, want woensdag moest ik toch echt wel even wat doen op de laptop, inclusief een dvd’tje branden wat toch iets langer duurde dan gedacht. Tussendoor nog even geshopt naar bikini en bh’s, iets wat in KL echt onmogelijk te vinden is in mijn maat. Vooral de bikini bleek lastiger dan gedacht, want het is hier al een tijdje uitverkoop. Maar uiteindelijk ben ik toch geslaagd.

Donderdag ben ik weer naar mijn ouders gegaan en ben ik ’s middags lekker gaan fietsen met mijn vader. Na een heerlijke pot spaghetti en een wijntje ’s avonds bleef ik weer een nachtje slapen. Vrijdag hebben we nog een mooie wandeling langs de Maas gemaakt en ben ik weer richting Eindhoven gegaan omdat ik afgesproken had even op bezoek te gaan bij Patricia. Die had, zoals altijd, erg uitgepakt en ik moest wel blijven eten. Wat vervelend zeg! Na weer helemaal bijgepraat te zijn ben ik weer naar het hotel gegaan om vervolgens naar de Dommelstraat te gaan om (eindelijk) Sjoerd weer te zien. Hij had een klant (Tim) meegenomen die wij in Perth al ontmoet hadden en die die week ook in België moest zijn voor hetzelfde project. Ze waren al lekker aan het bieren en dat werd voortgezet in de Bierprofessor. De naam zegt genoeg denk ik… Daarna werd het nachtelijk snacken nog uitgeprobeerd, terwijl ik ondertussen al moe in mijn bedje lag.

Haring happen met Tim

Haring happen met Tim

Zaterdag ochtend hebben we Tim nog iets meer dan de Hollandse cultuur laten zien en hem meegenomen naar de Woenselse Markt en hem haring en verse stroopwafel laten proeven. De haring was niet echt een succes. Hij wilde nog iets meer van Nederland zien en vertrok ’s middags met de trein naar Amsterdam. Wij zijn ’s middags naar de kapper gegaan. Helaas was de kapster die ons altijd knipt er niet, maar kon Sjoerd nog wel geknipt worden. Het gekke is dat mensen dan vragen of je al op vakantie bent geweest. Als je dan antwoordt dat je hier op vakantie bent, snappen ze er helemaal niets meer van… Zo ook elke keer als ik wil betalen met mijn Maleise bankpas. Daarna zijn we nog even langs ‘onze’ supermarkt gegaan en daarna langs enkele mensen uit onze oude buurt. Helaas waren ze allemaal niet thuis en gingen we direct door naar Veldhoven om Sjoerd’s fiets op te halen. Zoals altijd is dat niet even langsgaan, maar meteen gezellig twee uur bijkletsen. ’s Avonds zijn we bij Tortilla’s (Mexicaans) gaan eten; mijn oude werk. Gelukkig zagen we nog twee bekende gezichten. Ben benieuwd hoeveel dat er volgende keer nog zijn…

Bowlen

Bowlen

Zondag was het super mooi weer, maar we hadden afgesproken te gaan bowlen in Utrecht met Sjoerd’s zusje Milou en broer Guido en zijn vrouw. Gelukkig besloten we toch te gaan bowlen, want het werd erg gezellig. Volgens mij heeft iedereen wel een keer gewonnen. Daarna nog een drankje op het terras, vervolgd door eten bij de Griek. Erg geslaagd! En wat ben ik weer blij met Westers eten. Maar misschien dat we over twee weken weer verlangen naar Oosters eten…

Maandag was het weer tijd voor werk voor Sjoerd en ging ik mee naar kantoor omdat we een presentatie wilden geven aan de Nederlandse collega’s over ons leven in KL en het kantoor daar. Daarna nog wat bijpraten, lunchen en weer terug naar het hotel. ’s Avonds gingen we bij een collega thuis eten.
Dinsdag ben ik weer naar mijn ouders gegaan en zijn we bij mijn tante op bezoek gegaan. Dan gaat de tijd heel snel, vooral met al dat gereis, en moest ik al weer naar Eindhoven, want we hadden een etentje gepland staan, wederom met collega’s. We gingen bij De Bengel eten. Zij staan bekend om hun lekkere spare ribs, dus die moest ik maar weer eens proberen.

Foto's maken op de Floriade

Foto’s maken op de Floriade

Gisteren ben ik weer gaan shoppen (laatste keer?) en daarna gaan lunchen met een oud collega van mij. Nou ja lunchen? Volgens mij hebben we drie uur op de Markt gezeten en alleen maar gekletst. Op de terugweg naar het hotel nog een ijsje gepakt en toen ouderwets naar de Appie gegaan om boodschappen voor het avondeten te halen. De keuze was niet moeilijk: BBQ’en. Dat hadden we nog niet gedaan in NL. Terwijl de kolen aan het opwarmen waren, kwam Sjoerd ook en hebben we een erg geslaagde avond gehad. We moesten alleen even wachten voordat we naar huis konden, want er kwam me toch een stortbui langs… Eén zoals we in KL maar al te goed kennen, maar voor Nederlandse begrippen wel bijzonder was.

Vanmorgen kwam Sjoerd’s collega Helen mij ophalen om te lunchen bij haar thuis. Ondertussen ben ik weer thuis en ik vond dat we ondertussen toch echt een stukje voor voor de blog moesten schrijven. Dus bij deze.
Morgen ga ik nog bij mijn zusjes op bezoek en daarna begint de vakantie toch echt voor ons. Erg vol, maar we zijn niet voor niets in Nederland…

(Cultuur) proeven gaat door

Een mooie brug in de Lake Gardens

Een mooie brug in de Lake Gardens

Ondanks de vele reisjes die ik de afgelopen periode heb gemaakt, proberen we nog veel van de cultuur te proeven. Helaas heb ik niets meegekregen van de Mah Meri, maar gelukkig nog wel van Redang, het Islamic Art Museum en de Lake Gardens. De Lake Gardens stonden al een tijdje op de planning omdat het met de auto praktisch om de hoek is. Eigenlijk zijn we hier al eens geweest, want het Birdpark en de orchideetuin liggen hier ook. Deze keer wilden we door het park zelf wandelen, want we hadden al eens gehoord dat het hier erg mooi was. En inderdaad: het park is zeker de moeite waard om eens doorheen te struinen. Tip: doe dit wel als het wat bewolkt is, want in de strak blauwe lucht is het toch best heet.

Anja naast een boom met gevlochten stam

Anja naast een boom met gevlochten stam

Er zijn mooie paden en alles wordt erg zorgvuldig onderhouden. Vooral een aantal ‘typische’ bomen lijkt erg veel aandacht te krijgen. Het leek ons leuk om wat tijd te doden in de bootjes. Dan krijg je een soort Efteling gevoel, al zouden deze bootjes niet aan de ketting liggen, maar moest je zelf roeien. Helaas bleek de bewegwijzering naar de verhuur niet helemaal up-to-date, want het enige wat wij nog aantroffen was een bootje dat half vol water lag en verder niets.
Dan maar doorlopen. Dat was gelukkig geen verkeerde keuze, want toen we verder liepen, kwamen we een leguaan tegen. Deze liep een hele tijd met ons mee op langs het pad, totdat ik een foto wilde maken… hij/zij vertikte om hier medewerking aan te verlenen, waardoor dit nogal tijd vergde. Het was makkelijker om Anja op de foto te zetten met de volgende attractie: bomen met gevlochten stammen.

Anja, Sofia, Ada en Hilmy bij Mee Udang

Anja, Sofia, Ada en Hilmy bij Mee Udang

Een ander aspect van de cultuur wat al een tijdje op ons lag te wachten, was ‘Mee Udang’ (noedels met garnalen). Mijn collega Hilmy weet ons altijd te verrassen met de leukste en lekkerste eettentjes. Het enige nadeel voor Anja, is dat hij altijd vergeet dat Anja niet gecharmeerd is van eten dat onder de zeespiegel vandaan komt. Noedels en garnalen leverde dan ook niet direct een ‘Kom! Laten we gaan!’ op. Nadat hij ons had verzekerd dat er ook gevarieerd kon worden met andere ingrediënten, gingen we samen met zijn vrouw Ada en dochter(tje) Sofia op pad.

Gigantische garnalen tussen de noedels

Gigantische garnalen tussen de noedels

Er zijn van die dagen dat je hier, duidelijker dan anders, beseft dat je hier prima op je plek zit. Zeker als je bij Mee Udang (zo heet de tent dus ook) ziet wat voor een garnalen je geserveerd krijgt. Sommige exemplaren leken wel kleine kreeften! Los daarvan was de smaak om van te smullen. Ook Anja had met noedels geserveerd met een gepocheerd ei geen verkeerde keuze gemaakt. Duidelijk een plek waar we nog een keer terugkomen.

'The 3 Musketeers'

‘The 3 Musketeers’

Twee dagen later zat ik alweer met Asraf en Dennis bij een soortgelijke toko: ‘Mee Ketam’; noedels met krab. En ook dit was weer, heel afgezaagd, H E E R L I J K! Daarnaast was dit wel een bijzondere gelegenheid, want de keren dat je ons met zijn 3-en samen ziet, zijn op één hand te tellen. Ter illustratie: de laatste keer dat we hiervoor samen waren, was tijdens Nederland-Duitsland. Het was voor de klanten die dag dan ook bijzonder dat wij als de drie musketiers aanwezig waren op locatie.

Afgelopen week was de kans om ons samen te zien 0, want ik mocht terug naar Perth. Helaas was ik deze keer alleen. Niet zo’n gezellig vooruitzicht zou je denken: een hele week alleen in een hotel.

Biertje met Matthijs

Biertje met Matthijs

Totdat… ik bij aankomst een mailtje aantrof van Matthijs en Mieke. Zij waren de dag ervoor in Perth geland en hadden nog wel even tijd en zin om een hapje te eten en een biertje te doen. Zodoende kon ik nog even iets testen uit de Lonely Planet wat ik de vorige keer helaas moest overslaan omdat het er te druk was: een biertje in The Brass Monkey. Deze keer was het niet zo druk – het was maandag aan het eind van de middag – en vonden we makkelijk een plaatsje. Het was wel heel raar om zo aan de andere kant van de wereld bekenden tegen te komen! Maar dit maakt het niet minder gezellig.

De week zelf was enerverend, maar waarschijnlijk niet direct noemenswaardig om hier een uitgebreid verslag van te doen. Net als de vorige keer was ik er voor het geven van een training in het gebruik van onze producten. Deze keer was het bij een ander bedrijf, op een andere locatie en met een andere focus.

Een blik op Perth

Een blik op Perth

Zaterdag zou ik weer terugvliegen. Aangezien er maar één vlucht van Malaysia Airlines naar KL per dag gaat en deze pas aan het einde van de dag is, kon ik de morgen gebruiken om nog even rond te lopen in het centrum. Nou ja, een deel van de ochtend dan, want aan het einde van de week hebben we nog even een vrijdagmiddag/-avond borrel gedaan. En bij keihard tankende Australiërs wil je natuurlijk niet achterblijven. Ook hier vond ik dat ik van de cultuur moest proeven. Dat dit vervolgens ten koste ging van de daaropvolgende morgen moge evident zijn. Temeer omdat ik die ochtend niet echt kon uitslapen in verband met een vroege checkout. Maar goed, ’s avonds een man, dus ’s ochtends ook, zodoende lekker op pad. Snel nog even wat spullen gehaald die we hier niet of nauwelijks kunnen vinden. In de tussentijd nog uitgebreid stilgestaan bij een fantastische show van een straatartiest die handig, grappig, (leuk) brutaal, maar bovenal enorm ad rem was!

Anja druk bezig met de almond chicken

Anja druk bezig met de almond chicken

Wel keek ik weer uit om naar huis te gaan. Naast de voor de hand liggende reden, zag ik er enorm naar uit om van de almond chicken en de tropische salade te genieten (zie het vorige stukje)! In tegenstelling tot Anja was ik niet bang of het eindresultaat al dan niet zou lukken. De enige vraag waar ik mee rondliep, was hoe lekker lekker zou zijn. Anja dacht voor 2 dagen gekookt te hebben en moest mij remmen om nog een halve portie over te houden. I rest my case…
(ik zie al weer uit naar de volgende cookery bijeenkomst :D )

Heerlijke almond chicken met tropische sla

Heerlijke almond chicken met tropische sla

Mah Meri

Na ons tripje naar Redang is het weer tijd voor het ‘gewone’ leven. Sjoerd is de hele week al naar Perth voor het werk. Maar verveeld heb ik me niet. Daarover straks meer. Eerst nog even over vorig weekend, toen we nog samen waren.

Vrijdag was het tijd voor iets waar wij lang op gewacht hadden: ouderwets een spelletje spelen. De mensen hier zijn niet zo van het spelletjes spelen. Toen wij een net een paar weken in KL waren, kwamen we iemand tegen die hier ook wel van houdt. Echter, de afspraak ging steeds niet door. Afgelopen vrijdag was het dan eindelijk zover. We zouden eerst wat eten, dus ik heb mijn hier inmiddels befaamde cola-ketchup chickenwings gemaakt, in combinatie met een couscoussalade en garnalen. Toen we eindelijk klaar waren met eten was het echter al erg laat en hebben we slechts één spelletje kunnen spelen. Maar het was erg gezellig en wordt herhaald.

De rest van het weekend wilden we een beetje rustig aan doen. Zaterdag zijn we lekker bij Havana (de tent van het EK) gaan eten. Een echte home made burger met voor Sjoerd een Guinness en voor mij een frozen margarita. Heerlijk! Daarna hebben we lekker een massage gehad, een extra lange. Wederom heerlijk. Zondag heb ik Sjoerd meegesleept naar het Islamic Arts Museum. Hier was ik zelf al eens eerder geweest, maar ik moet er voor de Flits een stukje over schrijven, inclusief een foto.

Potluck lunch

Potluck lunch

Maandag ochtend is Sjoerd vertrokken naar Perth. Gelukkig stonden er meerdere interessante dingen op het programma van de IWAKL. Het begon in de week ervoor met de jaarlijkse Potluck lunch: iedereen neemt iets mee. Aangezien wij de dag ervoor pas teruggekomen waren uit Redang, had ik voor iets makkelijks gekozen: een pasta pesto salade. De meeste dames hadden iets typisch voor het land waar ze vandaan komen gemaakt. De hele tafel stond vol en iedereen gaf een korte toelichting. Daarna kon het genieten beginnen. Na de lunch waren er een aantal lezingen.

Kookgroep

Kookgroep

De maandag dat Sjoerd weg ging, was het weer tijd voor de maandelijkse kookgroep. Dit maal Noord-Indiaas. Op het menu stonden dhokra (een soort van gestoomde hartige cake), moongi dahl (gele linzen), almond chicken, mattar paneer (erwtjes met zelfgemaakte cottage cheese), cucumber raita (komkommer in yoghurt) en roti/chapati. Wederom bijzonder leerzaam. Morgen ga ik de almond chicken maken voor Sjoerd, samen met een tropische salade van de kookgroep daarvoor. Nou maar hopen dat het gaat lukken…

Met sherp, kroontje en stafje

Met sherp, kroontje en stafje

Donderdag zouden we naar Carey Island gaan naar de Mah Meri Cultural Village. De Mah Meri (betekent bosmensen) is één van de 18 verschillende Orang Asli (Aboriginal) stammen die Maleisië telt. Zij staan vooral bekend om hun houten beeldhouwwerken. Laat het nou toevallig zijn dat er in KL dinsdag een tentoonstelling, geweid aan deze beeldhouwwerken van de Mah Meri, werd geopend! De IWAKL was uitgenodigd als VIP gast. Op deze manier konden we alvast een indruk krijgen van deze groep mensen. De opening van de tentoonstelling was groots van opzet. Toen we binnen kwamen kregen we allemaal een sherp, kroontje en een soort van stafje, allemaal handgemaakt van (ik denk) bamboe. We kregen een optreden van hun traditionele dans, gevolgd door een toespraak van de minister van toerisme. Daarna was er gelegenheid om met de Mah Meri op de foto te gaan en de tentoonstelling zelf te bekijken. Gevolgd door een traditionele lunch. Hier waren wij wederom VIP gasten en mochten bij de ‘belangrijke’ mensen aan tafel zitten en werden bediend. De andere tafels moesten zelf naar het buffet gaan.

Tijdens de lunch dinsdag

Tijdens de lunch dinsdag

Met deze eerste indruk gingen we donderdag naar het dorp op Carey Island. Het eiland heeft één grote weg met allemaal kleine (zand) weggetjes als aftakking. Op een gegeven moment bereikten we de zee en hield de weg op. We hadden dus de afslag naar het dorp gemist… Keren was niet mogelijk, dus met de touringcar in z’n achteruit tot de eerstvolgende afslag. Daarna bij elke afslag kijken waar het was, want op dit deel van het eiland hadden we geen bereik met onze mobiele telefoons. Uiteindelijk bleek het dorp bijna aan het begin van het eiland te liggen!
Helaas bleek het dorp speciaal voor bezoekers (toeristen) gemaakt te zijn en wonen de mensen een stuk verderop in de echte kampung (kampung betekent dorp). Ze komen speciaal voor bezoekers naar het dorp. Het dorp zag er een beetje te mooi, te nieuw en te gemaakt uit. Maar het idee is goed. Door naar het dorp te komen verdienen ze geld en houden ze zichzelf in leven, naast het werken op de olie palm plantagesop het eiland en het maken van de houten beeldhouwwerken.

Met Mah Meri man...

Met Mah Meri man…

Je kunt hier zelf ook naar toe gaan, maar het voordeel van dat wij met een grote groep waren, was dat ze een heel programma voor ons opgesteld hadden. Wederom kregen we een kroontje en een soort van stafje bij binnenkomst. Daarna werden we één voor één welkom geheten door middel van een welkomstritueel. Daarna lieten ze het dorp zien en konden we een kijkje nemen in de tentoonstellingsruimte. Vervolgens was het tijd voor een traditionele dans: de Joh-Oh mask dans, gevolgd door het trouwritueel. Het leuke was dat er ook een groep schoolkinderen gearriveerd was. Zij waren soms nog een grotere attractie dan de Mah Meri zelf. Zo schattig!
Er was ook nog een korte demonstratie origami maken. Toen was het tijd voor de lunch. Die viel wat mij betreft een beetje tegen. Niet echt iets speciaals. Voordat we weer met de bus naar KL gingen, hebben we nog een kleine wandeling gemaakt door de kampung en hebben twee beeldhouwers aan het werk gezien. Hier kon je, als je wilde, een beeldhouwwerk kopen. Was mij een beetje te duur (RM 2500), dus ik heb een klein aandenken gekocht in de vorm van een houten koelkastmagneetje. Ook leuk toch? En een stuk goedkoper…

Je kunt natuurlijk niet alleen maar ‘profiteren’ van een organisatie als IWAKL en daarom ga ik helpen met de organisatie van het galabal begin november. En binnenkort weer de deadline van de Flits. Ik heb het er maar druk mee… Maar wel allemaal erg leuk!

En niet snel daarna komen we naar NL. Jippie!

Relaxen op Redang

Sjoerd zou eigenlijk de week dat hij naar Singapore moest, de vrijdag vrij hebben. Helaas werden drie dagen Singapore opeens vijf dagen Singapore, zodat de vrije dag niet door kon gaan. Vorige week zou het een week op kantoor worden en dus vroeg hij maar eens of het mogelijk was de vrijdag vrij te pakken. Dat mocht, en ook de maandag. Zodoende kreeg ik de opdracht (last minute) een tripje naar één van de eilanden aan de Oostkust van Maleisië te boeken. Juli en augustus zijn topseizoen (oktober begint het regenseizoen), dus dat viel niet mee. We hadden een aantal opties. Tioman viel af omdat er geen vluchten meer waren, Kapas viel af omdat alle resorts vol waren. Redang viel in eerste instantie ook af omdat alleen het duurste resort nog kamers had op booking.com. En dit was ons een beetje te duur… Toen ben ik maar gewoon de resorts af gaan bellen. En ja hoor, Redang Mutiara Beach Resort had nog een kamer vrij! En voor een hele schappelijke prijs, als je je beseft dat het all-in is: kamer, eten, drinken en snorkelen. Deze heb ik dus maar meteen geboekt.

De aanlegsteiger

De aanlegsteiger

Dan de volgende kwestie: hoe kom je er? Er zijn meerdere opties: met het vliegtuig direct naar Redang, met de bus of met je eigen auto naar Kuala Terengganu en dan met de jetty naar het eiland of met het vliegtuig naar Kuala Terengganu en dan met de jetty naar het eiland. Aangezien het toch een busreis van zo’n 8 uur is, hebben wij toch maar voor wat luxe gekozen en dus een vlucht van KL naar Redang geboekt. Je bent binnen een uur op het vliegveld van Redang. Nou ja vliegveld: meer dan een overdekte hal kun je het niet noemen… Ook niet gek, als je hoort dat er twee vliegtuigen per dag aankomen en ook weer vetrekken. Aangezien er eigenlijk maar één weg op het eiland is, welke van noord naar zuid midden door het eiland loopt, moet je eerst met een busje naar de Kampung jetty. Vanaf daar vertrekken boten naar de resorts.

Hutje aan zee

Hutje aan zee

Eenmaal aangekomen bij ons resort, waren de meeste mensen weg om te snorkelen en was het een oase van rust. We kregen een hutje aan het strand, wat ik absoluut niet verwacht had, want hiervoor moest je eigenlijk meer betalen. Het hutje zelf viel een beetje tegen: twee matrassen lagen op de grond en er was een ‘badkamer’ met een wc, een douchekop en een wastafeltje. Verder niets. Geen kasten, geen stoelen, niets. En er was geen warm water en de elektriciteit werd een groot deel van de dag uitgeschakeld. Het water was volgens mij regenwater, want er stond een grote ton op het dak. Toch had het wel wat: in het hutje hoorde je de zee klotsen en je liep vanuit het hutje zo het strand op en de zee in. Van strandstoelen en ligbedden hadden ze nog nooit gehoord, gewoon van die witte plastic stoeltjes. Maar wat is het strand wit en de zee blauw! Prachtig. Echt het Bounty eiland gevoel.

’s Middags zijn we mee gaan snorkelen. Dat moet je ook eigenlijk wel, want meer is er niet te doen. Het resort ligt compleet geïsoleerd tussen de bergen met jungle en de zee en de enige manier om weg te komen is via de boot. Omdat het een redelijk goedkoop resort was, waren er bijna alleen maar locals (Maleiers). Zij gingen dus geheel bedekt het water in. Uit respect, en om niet helemaal buiten de boot te vallen, deden wij dus maar een t-shirt en korte broek aan. Toen iedereen gereed was met snorkel spullen en zwemvest, konden we vertrekken. Ook wel opvallend: de meeste locals kunnen niet zwemmen, dus een zwemvest is een must. Het snorkelen was geweldig! Ontzettend veel vissen en mooi koraal. ’s Avonds was er een barbecue. Erg gezellig. Deze avond hebben we met Yohei, een Japanner die een paar maanden in Singapore verblijft voor zijn werk, op getrokken. Alleen jammer dat er geen alcohol te bekennen was!

De volgende dag was het weer snorkelen, ’s ochtends en ’s middags, afgewisseld met een boekje gelezen en op het strand liggen (in t-shirt en korte broek). ’s Avonds hebben we weer andere mensen ontmoet. Een groepje dames uit KL en Melaka, waar we (inclusief Yohei) gezellig mee hebben zitten praten. Daarna werd er redelijk vroeg naar bed gegaan, omdat de moslims ’s ochtends vroeg al weer moeten bidden.

Jungle track

Jungle track


De derde dag hebben we ’s ochtends gesnorkeld en ’s middags wilden we de jungle track doen. Volgens mij zijn er niet veel mensen die dit doen, maar wij wilden het wel proberen. Yohei ging ook mee. Ik had van iemand anders gehoord dat het goed te doen was en dat zij zelfs met een kleine van 2 jaar oud de tocht gemaakt hadden. Wel van een ander resort. Maar wat viel dat tegen zeg! Super steil, je moest soms echt goed zoeken waar je je voet neer kon zetten. En de gids had er een tempo in zitten… Na een heel stuk klimmen was er een bankje. We vroegen hoe ver het nog was. De gids kon niet goed Engels, maar volgens mij waren we halverwege. Oké, dus toch maar doorgaan. Maar ondertussen hadden we al weer drie heer het eerste stuk geklommen en kon ik echt niet meer. Dus maar weer eens vragen. Het was nog wel een half uur klimmen en dan nog hetzelfde stuk terug! We besloten maar direct om te keren. De weg terug was zeker niet makkelijker, want het was enorm steil en ik gleed telkens weg. Toen we terug kwamen hebben we eerst maar even een half uur gezeten, met een drankje, bijkomend van de jungle track.

Later op de avond was er weer een barbecue en de dames van de dag ervoor waren al weer vertrokken. Gelukkig kwamen we vier andere gezellige dames tegen. Zij verteleden dat ze de volgende dag de jungle track wilden doen. Ik vertelde dat het mij zwaar tegen was gevallen, maar dat ze het zelf moesten weten. Toen ik vertelde het ik het veel zwaarder en moeilijker vond dan de track in het FRIM, wisten ze volgens mij wel genoeg. Deze hadden ze ooit gedaan en was al erg zwaar voor ze. Wat wel leuk was, was dat ze architectuur hadden gestudeerd in Maleisië en na de zomer naar Engeland gaan voor een Master.

De volgende dag was het al weer tijd om te gaan. Wat is de tijd voorbij gevlogen! Aangezien ze niet voor iedereen op een neer varen naar de Kampung jetty, moesten wij al vroeg mee en stonden we veel te vroeg op het vliegveld. Je kunt hier namelijk pas een uur van te voren inchecken. De man waarmee wij in het busje van de jetty naar het vliegveld zaten, had een idee. Hij was lid van de Berjaya Holiday Club (of zoiets) en dit lidmaatschap biedt 7 gratis overnachtingen in een hotel van Berjaya. Het meest luxe resort op het eiland, waar ik het eerder al over had, is van Berjaya en heeft tegenwoordig de naam The Taaras. Dus hij wilde het resort wel eens zien voor een eventuele volgende keer. En wij vonden het natuurlijk helemaal niet erg om mee te gaan. En we wilden even kijken voor het geval Sjoerd’s ouders hier naartoe zouden willen als ze naar Maleisië komen.

The Taaras

The Taaras


We werden ontvangen door de gastvrouw en later nam de manager ons mee om het gehele resort te bekijken, inclusief de meest luxe kamers. Hiervoor betaal je ongeveer 6 duizend ringgit per nacht, exclusief 6% government tax en 10% service tax (van ringgit naar euro is gedeeld door 4…). Een hele hoop geld dus. Maar dan heb je wel de hele dag een butler tot je beschikking. Ook zagen we een appartement met een jacuzzi in de slaapkamer en vanuit daar zicht op de zee. Prachtig! Maar wel een beetje duur. En je kunt niet, zoals wij wel konden, zo uit je hutje het water in lopen. En dan hadden we alle leuke contacten met de lokalen gemist. Het is maar wat je wil…
Volgens mij is het wel duidelijk dat wij het enorm naar onze zin hebben gehad en dat deze luxe leuk is om een keer te zien, maar daar blijft het dan ook bij wat ons betreft. Maar het was een mooie manier om de tijd te doden tijdens het wachten op het vliegtuig.

Down under in Perth

Perth was super! We hebben enorm genoten van de dingen die we in KL een beetje missen: lagere temperaturen, een veel lagere luchtvochtigheid, westers eten (steak, bacon, kaas, mexicaans, zuivel, wijntje en biertje), zo ontzettend vriendelijke en behulpzame mensen, rustig verkeer, enz. Niet dat KL zo ‘slecht’ is, maar sommige dingen mis je gewoon een beetje. Daarnaast hebben we veel gezien en heb ik ook goed geshopt, want daar hebben ze tenminste wel mijn maat! Dat is hier in KL erg moeilijk, vooral met bh’s en bikini’s.

Aankomst in down under
Voor het eerst in mijn leven moest ik alleen vliegen, en dan meteen een heel stuk: vijf en een half uur! Momenteel is het in Perth eind herfst, begin winter. Maar de gemiddelde temperatuur voor wintertijd in Perth is 18 graden. Niet slechts dus. De afgelopen twee weken was het elke dag rond de 23 graden en was er geen regen. Toen ik donderdag middag aankwam op het vliegveld was het echter een stuk kouder en regende het hard. Gelukkig stonden er taxi’s klaar en kon ik meteen instappen. De rit naar het hotel duurde echter erg lang. Er stond behoorlijke file de stad in. Deed me denken aan KL. De taxichauffeur verzekerde me echter dat het een uitzondering was en het verkeer verder heel relaxed is en ze het woord file eigenlijk niet kennen. Ook het weer zou goed komen zei hij.

Zicht vanuit het hotel

Zicht vanuit het hotel

Toen ik de rekening van de taxi kreeg, was ik even minder blij; 40 Australische dollar (1 Australische dollar = 0,8 euro). Daarmee zijn we in KL maar verwend, met de goedkope taxi’s. Voordat ik in het hotel was, was het al half 6. Even later kwam Sjoerd ook binnen van de training die hij gegeven had. Even uitleggen: Sjoerd moest twee trainingen van ieder drie dagen geven in Perth. De eerste was van dinsdag tot en met donderdag en de tweede startte pas weer maandag. Bleven vrijdag tot en met zondag dus over voor ons om Perth te verkennen. Een mooie kans, want we hoefden dus alleen mijn vlucht te betalen. Enig minpuntje: het hotel lag niet in het centrum, maar tussen het vliegveld en het centrum in, aan een grote doorgaande weg. We hadden voor dit hotel gekozen, omdat deze het dichtst bij de locatie van de trainingen lag. Het hotel was meer een Amerikaans motel met self service kamers. We hadden dus een grote kamer met keuken, zithoek, slaapkamer en badkamer. Zo hoefde Sjoerd niet elke dag uit eten (in de buurt was geen enkele eetgelegenheid), maar kon hij gewoon iets koken en kon hij naar het ‘werk’ lopen.

Zonsondergang bij het strand

Zonsondergang bij het strand

Even later kwam een man van de training ons ophalen en zijn we in East Perth wat gaan eten en drinken met hem, zijn vrouw, een collega van hem en diens vrouw. Allemaal erg aardige mensen. Sjoerd en ik hadden afgesproken dat we niets Aziatisch zouden eten gedurende onze trip, maar vooral dat, wat we in KL een beetje missen: westers eten. Het werd dus voor ons beide steak met frietjes, vergezeld door bier en wijn. In KL is alcohol relatief duur (als je het vergelijkt met de prijzen voor het eten). In Perth dachten wij Nederlandse prijzen tegen te komen, maar dat viel tegen: een glas wijn was 9 dollar! Ook het eten was zeker niet goedkoop. Maar daar hebben wij ons even niets van aangetrokken en lekker genoten. Daarna werden we netjes afgezet bij het hotel en konden heerlijk slapen.

Fremantle
Vrijdag begon bewolkt en koud, later kwam af en toen de zon door. Na toch even wat uitgeslapen te hebben, zijn we naar het binnenlandse vliegveld (een stuk dichterbij dan het internationale vliegveld) gegaan om een auto te huren. Dat is hier toch wel erg handig, aangezien het openbaar vervoer super slecht is en er veel buiten het centrum te zien en te doen is.

Sjoerd op het strand

Sjoerd op het strand

Daarna zijn we naar Fremantle gereden, zo’n 17 km verder, aan de kust. Het zou er erg toeristisch moeten zijn (vooral in de zomer), maar nu was het er super rustig. Toen we even door het centrum aan het wandelen waren, zag ik een ‘Meyer’, een soort van V&D/Bijenkorf. Ik had van wat dames in KL gehoord dat ik hier wel even naar binnen moest om te shoppen. Een groot deel van mijn missie was direct geslaagd: 2 bh’s, een kort broekje voor onder een rokje, een setje onderbroeken en een T-shirt. Een ander belangrijk deel van de shop-missie, een bikini, bleek wat moeilijker te worden aangezien het nu winter is in Australië. In een zwemkleding winkel zou het moeten lukken, werd mij verteld. Alleen in Fremantle hadden ze geen zwemkleding winkel… Aangezien ik dinsdag pas terug zou vliegen, was mijn idee om maandag, als Sjoerd weer training moest geven, lekker te gaan shoppen. Echter, maandag bleek een feestdag en de meeste winkels zouden gesloten zijn. Daar ging mijn geweldige idee…

Fishermen Harbour

Fishermen Harbour

Hierna hadden we wel trek gekregen en hebben we een lekkere sandwich gegeten met een smoothie. Ik koos voor de BLT (bacon lettuce tomato), want dat mis ik in KL. Sjoerd niet, want die eet geen ham en spek. Daarna volgden de Fremantle Markets en het Esplanade Park. Deze markt was weer een oude markthal die helemaal gerenoveerd is en plaats bood aan souvenirshops, maar er was ook een versmarkt. Doordat we wat geshopt hadden en geluncht hadden, vloog de tijd voorbij en konden we maar één museum bekijken: het voormalige Western Australia Maritime Museum, nu bekend als The Shipwreck Galleries met het scheepswrak van de Batavia. Erg indrukwekkend! Alles sluit hier om 5 uur. Dat was wel even wennen voor ons. En de zon gaat rond half 6 uur al onder! Daar hadden we ook geen rekening mee gehouden. Helaas konden we dus het (nieuwe) maritieme museum niet bezoeken. Daarom zijn we naar het Round House, een voormalige oude gevangenis, gegaan. We konden het alleen van buiten bekijken, want het was (ook) al dicht. Zonsondergang zijn we naar het naastgelegen strand gegaan en hebben mooie foto’s gemaakt. Daarna wilden we verder langs de waterkant lopen, maar dit ging over in een bedrijventerrein, waar we niet zomaar af konden. Uiteindelijk zijn we bij de Little Creatures Brewery beland, waar we wat gedronken hebben en een snack gegeten hebben. De brouwerij zelf was al dicht, maar het zit- en eetgedeelte was open en had een geweldige sfeer. Omdat Sjoerd moest rijden, hebben we twee flesjes bier mee naar het hotel genomen, om toch het bier geproefd te hebben. De brouwerij ligt in de Fishermen Harbour, waar het zomers erg gezellig schijnt te zijn, maar nu niets te doen was. Daarom zijn we teruggekeerd naar het centrum waar we lekker Mexicaans gegeten hebben op ‘the cappuccino strip’.

Perth centrum en omgeving
Zaterdag stond Perth centrum en omgeving op het programma. We startten met twee wijken buiten het centrum. Eerst Leederville, een wijk ten noordwesten van het centrum. De wijk heeft wat Europese invloeden, er heerst een relaxte sfeer en er zijn gezellige cafeetjes en eettentjes. Dit is wel mooi te zien, in contrast met de meer Amerikaanse opbouw van de rest van Perth en omgeving. Er was hier niets bijzonders te zien, maar de sfeer was gewoon goed en mooi om te zien. We bekeken wat winkeltjes en maakten een praatje en bezochten een bekende viswinkel.

Station Street Markets in Subiaco

Station Street Markets in Subiaco

Daarna op naar Subiaco, een gewilde, hippe wijk met leuke winkeltjes en restaurantjes. Dit is pas sinds 10 tot 15 jaar zo. We lopen de eerste straat in en ons oog valt direct op een winkel met zwemkleding. Wat een toeval! Met de hulp van de alleraardigste verkoopsters ben ik geslaagd voor een bikini. Hierna gingen we verder waar we eigenlijk naar op weg waren: de Station Street Markets. Een overdekte markt met alle soorten groenten en fruit, maar erg druk omdat het zaterdag was en alle bewoners inkopen aan het doen waren. Toch vonden we een leeg tafeltje en bestelden een soort pannenkoek met spinazie en feta erin. Daarna door naar Subiaco Square, waar de transformatie van de wijk zo’n 15 jaar geleden begon met het verplaatsen van de trein naar onder de grond. Helaas moesten we weer snel verder, want de parkeertijd verliep en we wilden nog meer zien.

Vanaf Kings Park met zicht op het centrum

Vanaf Kings Park met zicht op het centrum

Als volgende stond Kings Park op het programma. Een enorm groot park ten zuidwesten van het centrum en gelegen aan de Swan Rivier. Eerst hebben we met de auto een rondje gereden door het park om een indruk te krijgen. Wat opviel, waren de vele memorials voor soldaten gesneuveld in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van het park is alleen natuur; een paar plekjes zijn maar bedoeld voor bezoekers. Het park ligt een stuk boven de rest van de stad en biedt een prachtig uitzicht op het centrum en de rivier. Het was er rustig, mooi en schoon. Ideaal om even tot rust te komen onder het genot van een kopje koffie en een muffin. Waar het park ook bekend om staat, is de Lotterywest Federation Walkway, een wandeling tussen de toppen van de bomen met een geweldig uitzicht op de stad en de rivier. Die hebben we dus maar gedaan, met op de terugweg een wandeling door de botanische tuinen.

Kings Park

Kings Park

Daarna was het eindelijk tijd voor het ‘echte’ centrum. We hebben eerst een stuk langs het water gelopen, richting de ferries en de Swan Bells. Daarna richting het winkelcentrum, maar alles ging net dicht. Het was weer vijf uur. Na hier wat rondgelopen te hebben, zijn we richting het noorden gegaan, het spoor over. Dan kom je in het culturele gedeelte van Perth, met de Art Gallery of Western Australia en het Contemporary Arts gebied. Hier was net een openlucht optreden van een bandje bezig, dus onder het genot van een drankje hebben we hier even naar geluisterd. Hierna verder de wijk Northbridge in, die bekend staat om zijn vele restaurantjes en kroegen. De place to be voor de nachtelijke uurtjes. Wij kwamen er alleen maar om even te kijken en een hapje te eten: wederom Mexicaans, wederom lekker. Daarna was het nog een stuk teruglopen naar de auto die bij het water stond.

Swan Valley
Zondag was het tijd voor de Swan Valley met zijn vele wijnmakerijen, brouwerijen, restaurantjes en andere attracties. Een must do als je naar Perth gaat. Er bestaat een optie om het een cruise hiernaartoe te gaan en dan met een bus een aantal vooraf bepaalde gelegenheden af te gaan met een hele buslading mensen. Maar wij hebben het toch liever zelf in de hand en zijn niet zo van het massale. Dus maar met de auto de tour gedaan. Helaas kon Sjoerd daardoor niets drinken, wat het wijnproeven toch iets minder gezellig maakte. Andere mensen hadden hier minder last van; iedereen dronk lekker en stapte daarna gewoon weer in de auto.

Anja bij de wijngaard

Anja bij de wijngaard

De Swan Valley herbergt een 32 km lange route langs meer dan 80 wijnmakerijen, brouwerijen en restaurantjes. We startten bij één van de grotere wijnmakerijen, Sandalford, waar ik zes wijntjes (maar een paar slokjes hoor!) mag proeven tegen een kleine betaling. Als dat zo doorgaat, ben ik binnen een uur teut… Ze hadden alleen geen wijn van de Swan Valley, maar van Margaret River. Jammer. Voordeel was wel dat het hier nog lekker rustig was en de mensen van de wijnmakerij alle tijd hadden om de wijnen uit te leggen. Hierna gingen we naar de Margaret River Chocolat Co. Een grote hal met alles van chocolade. Hier hebben we een lekkere ‘echte’ warme chocomel gedronken. Net toen we weg wilden gaan, kwam er een buslading toeristen aan. Wegwezen dus. Vanaf dat moment was het opeens overal druk. Bij Lancaster Wines kreeg ik maar één slokje wijn om te proeven, maar die was wel heel lekker dus hebben we meteen maar een fles gekocht voor in het hotel. Samen met een stukje garlic-chili cheddar cheese. Dit was wel een super locatie: midden tussen de druiven, lekker buiten en er hing een gezellige sfeer.

Gezelligheid bij Lancaster Wines

Gezelligheid bij Lancaster Wines

Op naar brouwerij Elmar’s in the Valley. Sjoerd wilde hier eigenlijk een klein biertje proeven en dan direct lunchen. Maar het bleek geen echte brouwerij, zoals later bleek dat de meeste ‘brouwerijen’ helemaal geen brouwerij zijn, maar meer een Duits bierrestaurant. Er was ook geen plaatsje meer vrij voor de lunch, net als bij de volgende ‘brouwerij’ Duckstein. Overal moest je blijkbaar van te voren gereserveerd hebben om iets te eten te kunnen krijgen. Les voor de volgende keer. Maar misschien dan beter niet in het weekend gaan. Door de week schijnt het lekker rustig te zijn. Uiteindelijk hebben we een restaurantje gevonden waar we wat konden eten, al moesten we eerst een kwartiertje wachten. Weer lekker westers gegeten: fish & chips voor Sjoerd en voor mij een quiche Lorraine. Daarna hebben we een laatste poging gedaan om een biertje te proeven. Wederom druk en vol. Waar ik begin van de ochtend bang was dat ik teveel zou drinken, was ik ondertussen compleet nuchter. Op ons kaartje stond dat er ook een kaaswinkeltje zou zijn met proeverij, maar dit winkeltje was compleet van de aardbodem verdwenen. We hebben hierna nog twee wijnmakerijen bezocht en een klein slokje wijn mogen proeven.
Sjoerd net na het zwemmen

Sjoerd net na het zwemmen

Overal was het echter erg druk, dus besloten we richting het strand, North Cottesloe Beach, te gaan. Sjoerd heeft het koude water getrotseerd en even gezwommen. Het water was mij toch echt iets te koud. Daarna wilden we mooie foto’s maken van de zonsondergang, maar de wolken lieten dit niet toe. Dan maar weer terug richting het vliegveld om de auto in te leveren. Onderweg op z’n Australisch (Amerikaans) een dubbele whopper met kaas langs de weg gehaald. Weer in het hotel moest er nog wat voorbereid worden voor de training van maandag.

Shoppen versus werken
Maandag moest Sjoerd dus werken. Bij het plannen van de training waren ze namelijk vergeten dat het een feestdag was, dus ging de training gewoon door. Ik ben met de taxi richting het centrum gegaan. Eerst ben ik in één van de bussen die door het centrum rijdt gaan zitten om het gehele centrum eens te bekijken. Dat viel een beetje tegen, er was weinig bijzonders te zien. Daarna shoppen in de winkels die wel open waren. De buit: een pyjama, een rokje, een jurk en een vestje.

Perth Mint

Perth Mint

Daarna ben ik naar de Perth Mint gegaan. In dit gebouw worden de munten voor Western Australia gemaakt. Een deel van het gebouw doet dienst als museum. Het museum is erg klein, maar bevat een tweetal bijzondere elementen: een reusachtige gouden munt met een diameter van 80 cm en 12 cm dik en een gewicht van meer dan 1000 kg en een bewaard gebleven gouden nugget van 26 kg. Bovendien is er een demonstratie waarin je ziet hoe goud gesmolten wordt en daarna in een staafvorm gegoten wordt. Helaas bestaat een groot deel van het museum uit een winkel waar je terecht kunt als je teveel geld hebt…

Bij het waterfront

Bij het waterfront

Onderweg naar de Mint had ik al gezien dat alle winkels en eet- en drinkgelegenheden buiten het winkelcentrum gesloten waren. Daarom ben ik maar weer naar het water gegaan en heb daar een paar foto’s gemaakt om vervolgens op zoek te gaan naar een tentje om een kopje thee te drinken. Dat was een hele klus, maar uiteindelijk had ik iets gevonden. Toen Sjoerd klaar was met de training kwam hij samen met een man van de training naar het centrum en hebben we bij een pub wat gegeten en gedronken. Wederom westers: Sjoerd fish & chips, ik Caesar salad met (een beetje te) veel bacon en Parmezaanse kaas.

Terug
Helaas komt aan al het goede komt een einde en dinsdag was het tijd voor mij om weer naar KL terug te keren. Sjoerd bleef nog tot en met vandaag (donderdag) in Perth en komt hopelijk snel thuis. Omdat het vliegtuig pas om half 5 ging, kon ik lekker rustig opstaan, alles rustig inpakken, nog even een boekje lezen en op m’n gemakje naar het vliegveld gaan. Met de ligging van het hotel, kon ik niet ‘even’ naar de stad gaan… Maar voordat ik naar het vliegveld kon gaan, moest ik eerst nog even (bijna) alle labeltjes van mijn nieuwe aankopen afhalen. Je mag namelijk maar vijf nieuwe kledingstukken Maleisië invoeren. Stom regeltje, en wordt eigenlijk nooit gecontroleerd. Maar het zal mij maar gebeuren met al mijn aankopen… Dus braaf labeltjes verwijderd, bonnetjes weggegooid, een deel van de nieuwe kleren tussen de vuile was verstopt, de andere gewoon opgevouwen tussen de andere kleren en twee stuks nieuwe kleren netjes in het tasje van de winkel laten zitten met het bonnetje erbij. Wat ben ik toch braaf…

Thuis
Nu ik weer thuis ben, ben ik al weer druk met de dagelijkse dingen, dingen die geregeld moeten worden voor de wedstrijd van zaterdag, het beantwoorden van alle mailtjes (en dat zijn er heel wat!), stukjes voor de blog schrijven en de deadline voor de Flits komt er weer aan…
Maar, we zijn ‘even’ naar Australië geweest en hebben enorm genoten en ontspannen! Ik merk dat altijd pas goed als ik weer thuis ben, hoe fijn het is om even helemaal weg van alles te zijn…
Op naar de volgende trip!

We hebben genoten!

We hebben genoten!