Een hele paarse krokodil

Ondanks Anja haar poging om het blog nieuw leven in te blazen in de vorige post, is het weer een hele lange tijd stil gebleven. Het is natuurlijk niet zo dat er hier niets meer te beleven valt. Kijk maar eens op onze Facebook pagina’s. Wel is het zo dat het aantal ‘eerste keer’ belevenissen sterk is afgenomen en er hierdoor minder directe aanleiding is om een uitgebreid verslag te schrijven. Ook zijn er veel dingen die op zich niet een hele post vullen.
Tijdens de afgelopen zomervakantie in Thailand heb ik besloten de draad weer op te willen pakken en regelmatig met een update te komen over de zaken waar we tegenaan lopen en die ons intrigeren.

In eerdere posts hebben we al eens gerefereerd aan de bureaucratie in Maleisië. Deze week werd ik er maar weer eens aan herinnerd dat hier men zich hier graag ziet als wereldkampioen ‘paarse krokodillen’. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat we bij het ophalen van reeds bestelde en betaalde musical tickets weer ons paspoort nummer mochten invullen. Eigenlijk begint een en ander al bijna een jaar geleden, toen ik voor het werk op pad moest naar Bintulu.
Bintulu is een redelijk kleine plaats op het Maleisische deel van Borneo. Men werkt er vooral in de ‘O n G’ (olie en gas). Naast de fabrieken/terminals van Petronas, Shell en Murphy is er niet veel te vinden en doen. Als je van avontuur en de natuur houdt, is Bintulu en omgeving wellicht een paradijs. Indien je iets meer gesteld bent op faciliteiten, zal je het waarschijnlijk wat moeilijker hebben. Zo is er wel een bioscoop, maar daar draait alleen een film als minstens tien man een kaartje hebben gekocht. Mocht je nu heel erg graag naar de film willen, dan kan het dus zijn dat je zelf tien kaartjes moet kopen.
Nu zul je wellicht denken: “wat heeft dit met bureaucratie te maken”? In principe niets, ware het niet dat Bintulu ligt in de deelstaat Sarawak.

Zowel Sarawak als Sabah (de andere Maleisische deelstaat op Borneo; samen ook wel ‘East Malaysia’ genoemd waar wij in ‘West Malaysia’ of ‘Peninsular Malaysia’ wonen) hebben bij de totstandkoming van en toetreding tot de Maleisische Federatie in de jaren zestig van de vorige eeuw een aantal voorwaarden gesteld. Deze waren er vooral op gericht de ‘binnenlandse’ economie en bevolking te beschermen. Zo is het voor ‘non-Sarawakians’ niet vanzelfsprekend dat men er mag werken. Dit geldt niet alleen voor mij als buitenlander (mijn werkvergunning spreekt specifiek over West Malaysia). Ook al mijn collega’s die niet uit Sarawak komen, vallen hieronder. Op zich zie ik nog wel enig nut in een dergelijke regeling. Helaas lijkt het ondertussen wel achterhaald, want er vindt veelal een brain drain plaats, waarbij gekwalificeerd personeel een betere toekomst denkt te kunnen hebben in West Malaysia en hier naartoe trekt. Wat ben je dan nog aan het beschermen?

Om een en ander te kunnen controleren, hebben allebei de staten een eigen immigratiedienst. Vluchten binnen de staat heten domestic, terwijl alle andere vluchten – zelfs de vluchten naar Kuala Lumpur – onder international vallen. In Sabah heeft Anja al eens wat problemen ondervonden met de verschillende diensten. Omdat wij niet getrouwd zijn, is Anja hier op ‘social visit’. Afgelopen jaar is haar verblijfsvergunning verlengd en ze mag nu tot het eind van het jaar niet alleen West Malaysia, maar ineens ook Sabah, onbeperkt in- en uitreizen. Althans, dat staat op die vergunning. Daar was de immigratiedienst van Sabah het niet mee eens, want dit was vast iets wat men in Putrajaya (de politieke hoofdstad van Maleisië net buiten Kuala Lumpur) verzonnen had. Nadat de enig overleg met zijn superieur, besloot de controleur dat Anja slechts voor dertig dagen mocht blijven.

Goed, terug naar Bintulu. De allereerste keer dat ik daar kwam was november 2012. Maar al in oktober was ik bezig met alle paperassen voor de werkvergunning in orde maken. Alles wat ik nodig had om een driejarige werkvergunning te verkrijgen voor West Malaysia, viel in het niet bij wat ik moest regelen om welgeteld drie hele weken in Bintulu aan de slag te kunnen. Naast allerlei documenten aangaande ons bedrijf (onder andere hoeveel ‘Maleiers’ er werken versus Chinese en Indiase locals!), zes kopieën van mijn paspoort en vijf pasfoto’s, was een aantal andere documenten van levensbelang om überhaupt in aanmerking te komen voor een vergunning. Zo moet je op een drietal formulieren aangeven wat je salaris is. Het is namelijk zo dat je minstens 2500 Ringgit bruto per maand moet verdienen (NB: dit is ruim 600 Euro). Omdat de klant mijn documenten ook nog onder ogen kreeg, had ik nog even niet mijn salaris opgeschreven. Echter, voor ik het goed en wel door had, lagen die papieren al ter controle bij de beambte. Of meneer ‘DJAIPEN’ even terug wilde komen… Ik werd streng toegesproken dat ik nog niet alles had ingevuld. Gelukkig kon ik de goede man uitleggen dat ik voor minder dan het minimumbedrag waarschijnlijk niet eens die kant op gekomen was en mocht ik snel nog even de papieren aanvullen.
Het tweede document dat van levensbelang is, bevat een aantal vragen aangaande lokale werving (in dit geval voor de service job van drie weken die ik zou gaan uitvoeren). Waarom heeft ons bedrijf geen persoon uit Sarawak aangenomen? Hoe lang zou zo iemand getraind moeten worden om de job uit te kunnen voeren? Waar zijn de bewijsstukken van lokale advertenties voor de ‘vacature’?
Dat de overige documenten in de stapel er eigenlijk niet zo toe te doen, is enerzijds te merken aan het feit dat ze er alleen even snel doorheen bladeren om te kijken of er een formulier 24, formulier 44, formulier 29, … tussenzit. Anderzijds valt dit, nadat de vergunning een week later in je paspoort is geplakt, op te maken uit het feit dat men niet eens kijkt bij welke faciliteit je aan de slag gaat. Op de vergunning staat namelijk willekeurig een van de grote fabrieken in Bintulu.

Gelukkig kostte dit geintje slechts een dag. Ik kreeg een papier mee waarop stond dat ik mocht werken. Mijn paspoort moest ik voor een week achterlaten, want daar zouden ze het visum in plakken. Overigens doen ze dit laatste pas op het moment als je je paspoort weer komt ophalen. Ze pakken dan je dossier er bij met je visumloze paspoort en vragen je even – één tot twee uur – te wachten, want ‘we need to endorse the visa’. Had ik daar niet al de hele week op zitten wachten?

Afgelopen week was mijn vierde keer in Bintulu. Helaas is zo’n vergunning maar drie maanden geldig. Oftewel: dit geintje hebben ze nu al weer drie keer met me uitgehaald. Al was het deze week wel het toppunt. Er was namelijk geen endorsement-stage, omdat ik vrijdag al weer terugvloog. Ik heb de goede man nog proberen uit te leggen dat de kans 0.999999999999 is dat ik binnen drie maanden terugkom en liever niet weer op gezette tijden langs hun kantoor wil. Helaas mocht dit niet baten. Het enige lichtpuntje is dat ze de aanvraag vast hebben goedgekeurd en deze apart houden. Ik ben benieuwd.

En dan lekker aan de slag, zul je denken. Niets is minder waar. Vanzelfsprekend, zijn er in de olie- en gaswereld nogal wat veiligheidsvoorschriften. Naast een algemene verplichte training die ik in 2011 al eens heb gevolgd (‘Oil and Gas Safety Passport’), zul je bij elke faciliteit die je binnengaat ook een veiligheidstraining moeten volgen. Gelukkig krijg je na het volgen hiervan een pas waarmee je vaak tot een jaar na dato de site op kunt. Hierna zul je weer een opfriscursus moeten volgen.

Bij de betreffende fabriek in dit verhaal ligt alles ietwat gecompliceerder. Eerst moet je op dag één aanvraag indienen voor de pas. Indien dit wordt goedgekeurd, mag je op dag twee langs de medische keuring. Hier wordt alleen gekeken of je onlangs een aantal specifieke tests in het ziekenhuis hebt ondergaan. De arts op site zet vervolgens zijn/haar handtekening. Op dag drie mag je langs de security officer voor een handtekening. Je moet wel opschieten, want er mogen per dag slechts veertig man langskomen. De security officer controleert wat gegevens en – zo voelde het in ieder geval – probeert te zorgen dat er geen handtekening gezet gaat worden. In mijn geval vond ze dat mijn werkvergunning niet meer geldig was. Het was immers al eind november en mijn vergunning gaf midden november aan. Nadat ik vriendelijk gemeld had dat die vergunning niet van toepassing was (de betreffende pagina was de werkvergunning voor WEST MALAYSIA) en dat ze zich in het jaartal had vergist (2014 in plaats van 2012), zocht ze verder. Helaas kon ze niets vinden. Wel had ze nog een troef achter de hand: er was tegenwoordig een nieuw formulier nodig en die had ik nog niet ingevuld. Gelukkig was ik met onze klant en die had mij geholpen bij de voorbereiding. Zodoende kon ik het formulier – in tweevoud – netjes overleggen. “Kat in het bakkie,” zo dacht ik. Totdat ze met een vals lachje aangaf dat het allemaal wel leuk en aardig was, maar ik had het formulier met blauwe pen ingevuld, terwijl dit toch echt met zwart moest… Tja, wat kun je daar tegenin brengen. Op zo’n moment besef je je, dat een kopieerapparaat wonderen doet en niet veel later waren wij het die konden lachen. Op naar dag vier, de echte ‘safety induction’. Een drie uur durende presentatie waarin algemene en site specifieke punten met betrekking tot veiligheid aandacht krijgen. Tot op de dag van vandaag snap ik alleen nog steeds niet waarom ik daar drie uur moest zitten, zonder iets op te steken. De presentatie was namelijk volledig in het Bahasa Malaysia. Het enige wat ik op dat moment wel wist, was dat ik de volgende handtekening kon scoren – dit begon bijna een vossenjacht te worden –, ik was immers bij de presentatie geweest. Het begon te makkelijk te worden. Dit kwam omdat ik een valkuil over het hoofd had gezien: de handtekening kon niet die ochtend al gezet worden.’s Middags vanaf twee uur konden we terugkomen. Wel was dit de laatste noodzakelijke handtekening. Hiermee mochten we het hokje in waar een pasfoto gemaakt zou worden voor de body pass, die we vervolgens zouden kunnen gebruiken om door de toegangspoortjes te komen. De body pass zelf konden we, uiteraard, pas op dag vijf ophalen. Het moge geen verrassing zijn dat toen we op dag vijf de pas wilden ophalen, men juist had besloten dat dit uitgerekend die dag niet mogelijk was…

Zo’n negen maanden later kwam ik deze week weer aan op dezelfde site. Vorige week nog even kortgesloten dat mijn body pass nog geldig was. Gelukkig was dit het geval. Toch gingen de poortjes niet open toen ik hem bij de lezer hield. De dienstdoende agent (er is in Maleisië een speciale afdeling van de politie die de beveiliging van Petronas locaties voor haar rekening neemt) controleerde een en ander en concludeerde dat de pas niet meer geldig was. Hè? Had ik dit niet vorige week uit voorzorg gecheckt? Het bleek dat mijn gegevens/safety induction/medische check en daarmee de pas nog geldig waren. Echter, in het systeem is de pas gekoppeld aan een project en het bijbehorende project was intern al afgesloten. Terwijl je tot tien staat te tellen, besef je je, dat je net zo goed rechtsomkeert kunt maken. Waarom zou je de restproblemen van dat project ook willen oplossen als het toch al is afgesloten?

Gelukkig bestaat er ook nog zoiets als een alternatieve oplossing. Je kunt, onder begeleiding, namelijk ook een dagpas aanvragen. Je dient dan wel je identificatie kaart of paspoort af te geven. Maar wat als je paspoort nu bij de immigratie ligt? Dan pak je gewoon het papier van de immigratie. Op dag één was dit geen probleem. Wellicht kwam dit door het feit dat we al anderhalf uur stonden te wachten. Net toen wij aan de beurt waren, gaf het systeem aan dat er al duizend ‘contractors’ binnen waren en pas negentig minuten later konden er weer passen uitgegeven worden.
Helaas had meneer op dag twee wat meer problemen met mijn document. Waarom is dit afgedrukt op een geel papier? Waar staat er een handtekening? Allemaal vragen waar ik toch nooit een antwoord op kon geven. Althans, niet een waardoor ik die felbegeerde pas in handen zou krijgen. Na een aantal minuten overleg kwam hij dan ook terug met de mededeling dat ze dit document niet konden accepteren. Hierop gaf ik te kennen dat dit de dag ervoor toch echt geen probleem was. Volgens de goede man was ik dan niet de site op geweest. Dit zou een eindeloze welles nietes pingpong worden die ik toch nooit zou winnen. In plaats daarvan gevraagd of andere documenten ook goed waren. Gelukkig mocht ik mijn rijbewijs gebruiken.

Vol goede moed stuitte ik op dag drie met mijn rijbewijs in de hand op weer een andere man. Hij vond dat ik eerst de veiligheidstraining nog moest volgen. Toen mijn begeleider na drie keer uitleggen het de man eindelijk duidelijk had gemaakt dat dit niet noodzakelijk was, overhandigde ik hem mijn rijbewijs. Toen stond de wereld ineens op zijn kop. Hoe was het in godesnaam mogelijk dat deze blanke een officieel Maleisisch rijbewijs had? Nu zijn de rijbewijzen hier van het type schooldisco pasje. Hierdoor kreeg ik de neiging om te antwoorden met “Wat denk je, die heb ik natuurlijk gewoon thuis gemaakt” onderdrukken. Het andere voor de hand liggende en tegelijk eerlijke antwoord “Omdat ik dat hier heb aangevraagd, ik woon hier immers” was gelukkig afdoende om binnen te komen.